 |
Tewerkstelling in
Duitsland
Tijdens de tweede wereldoorlog
werden veel jongemannen uit Nederland te werk
gesteld in Duitsland. De meeste mannen daar
moesten zich melden bij het leger waardoor er een
groot te kort aan werkkrachten was voor de
(oorlogs)industrie en de landbouw. Kees van
Mullem,17 jaar oud, had de leeftijd om te werk te
worden gesteld. Hij was als melker in dienst bij
Klaas Hoogschagen aan de Zanddijk. Hij had net
zijn koemelkersdiploma behaald, met de
aantekening "met zeer veel vrucht". Tot
dan toe kon hij steeds, bij een oproep om in
Duitsland te werk te worden gesteld, aankloppen
bij de boekhouder van de zuivelfabriek
"Koegras" aan de Callantsogervaart,
dhr. Zeeman. Die regelde, met de opmerking dat
hij onmisbaar was voor de voedselvoorziening in
Nederland, vervolgens een vrijwaring voor
tewerkstelling
Op die bewuste morgen, in augustus 1942, lukte
het verkrijgen van een vrijstelling niet. Kees
moest zich de volgende dag om 9 uur melden bij
het arbeidsbureau in Alkmaar, waar hij met nog 11
jongemannen persoonlijk een vrijstelling moest
regelen. Enkele leden van de groep waren o.a. Jan
de Leeuw, Piet Amels, Jan de Graaff en zoals
eerder genoemd Kees van Mullem. Aangekomen bij
het arbeidsbureau werden ze binnen gelaten en
klonk, voordat enige aanmelding werd verricht,
een droge klik bij de deur. " Dit zit niet
goed,
" was de eerste reactie van Kees
richting de anderen. Zij waren opgesloten in een
kamer van het arbeidsbureau en werden bewaakt
door drie Duitse militairen met bajonet op het
geweer.
De groep werd op transport
gezet, naar Vught en om twaalf uur 's nachts werd
met een stoptrein verder gereisd naar Hannover
met als bestemming Straflager 21.Daar aangekomen
werden de jonge mannen door Nederlandse NSBers
geselecteerd voor inzet bij industrie of
landbouw. Zo werd deze groep, met uitzondering
van Kees, aangewezen om te werken bij een fabriek
voor accuwerken in Hannover. Kees wilde bij de
groep blijven en ging uit eigen beweging met zijn
companen mee, maar bij de fabriek aangekomen werd
dat ontdekt. Hij stond niet op de lijst met
verwachte personen en moest terug naar de
Straflager
Daar aangekomen werd hij
opgesloten in een barak met 40 geïnterneerde
Russische vrouwen. Kees heeft, als 17 jarige
jongen, tussen al die dames zeer angstige
momenten gekend, het was teveel van het
"goede". De opluchting kwam toen een
Nederlandse NSBer vroeg of iemand kon melken. Al
eerder in dit verhaal gaven we aan, dat Kees in
het bezit was van een melkersdiploma en dat kwam
nu goed van pas . Hij meldde zich en werd
vervolgens als arbeider/melker ingezet.
Met een ossenkar ging hij op
weg naar een hereboer in Peine die een
veehouderij bezat met de naam "Riddergoed
Rosenthal". Vijfentwintig koeien moesten
drie keer per dag, om 4,12 en 19 uur, worden
gemolken. Kees had daar een goed kosthuis.
Hetgeen werd onderstreept met de 5 sneden brood
met spek en daarbij melk die hij dagelijks kreeg
aangereikt.
Op de boerderij woonde ook
Brosilde, de dochter van de bedrijfsleider. Kees
en Brosilde konden erg goed met elkaar
opschieten, zij raakten verliefd. Helaas viel dat
bij haar familie niet in goede aarde en Kees
moest de boerderij verlaten
Eerst naar Straflager
Wildeskind en vandaar zomers naar de boerderij
van George Berends, een gemengd bedrijf in
Heldesheim en 's winters naar Hemelerwald waar
spoorbielzen moesten worden gezaagd. Kees kreeg
op een dag een straf van twee dagen opgelegd in
Straflager Heldesheim. Dagelijks werd vanuit het
strafkamp een groep gestraften met begeleiding en
onder toezicht van soldaten naar hun werk
gebracht. Als onwetende jongeman vroeg Kees zich
af, waarom leden van de groep niet in de
buitenste rijen wilden lopen. Daar kwam hij
pijnlijk achter, toen hij zelf daar liep en door
een ongeduldige soldaat, die wilde dat er werd
doorgelopen, met de bajonet van zijn geweer in de
zij werd geprikt. De wond die daardoor onstond,
ging ontsteken en het herstel daarvan had hij te
danken aan Haliena.
Haliena.
Haliena, roepnaam Liena was in de Oekraïne
Rusland in de plaats Donetsk, tijdens een razzia,
door verraad, opgepakt door de Duitsers. Zij werd
tewerk gesteld in een conservenfabriek. Daar werd
ze ziek en kwam na enige tiijd bij dezelfde boer
te werken als Kees, waar ze huishoudelijk werk
verrichtte. Liena is emotioneel niet in staat te
vertellen over de verschrikkingen die zij heeft
meegemaakt. Het enige dat zij losliet was, dat
zij drie keer te maken heeft gehad met een
vuurpeloton.
Liena was de reddende engel voor Kees. Zij
verpleegde hem. Ook wist ze iets van
geneeskrachtige kruiden, die kennis had ze eerder
opgedaan in botanische tuinen. De wond die Kees,
zoals eerder vermeld had opgelopen, ging
ontsteken. Met een oud recept voor trekzalf,
bestaande uit gesneden uien, eieren en groene
zeep werd de wond behandeld en de ontsteking
bedwongen.
Liena zorgde er ook voor dat de hygiëne
verbeterde. De arbeiders wasten zich nooit, maar
haar sodawater deed goede dienst. De strobedden
werden schoongemaakt, muizen verjaagd en een
aanval ingezet op de veelal aanwezig luizen. Kees en
Liena konden het steeds beter met elkaar vinden
en besloten als stelletje verder te gaan.
Boer George was niet slecht voor de arbeiders
maar helaas, hij werd ziek. De leiding werd
overgenomen door zijn vrouw, Elma. Die ging
strenger controleren op hetgeen de arbeiders werd
toegeschoven. Het gevolg was dat minder eten werd
verstrekt. De dochter van de boer, Hillegonda,
was zeer actief lid van de Hitler Jugend.
In 1945 bevrijd door Canadezen.
In 1945
werden Kees en Liena en hun mede-lotgenoten door
Canadese soldaten bevrijd. Ouderen werden
opgevangen door de Canadezen en jongeren kregen
een groot geweer met vijf patronen waarmee ze
gevangenen moesten bewaken. Kees en Liena zijn
daar toen niet lang meer gebleven
Met een karretje, gestolen van een tuinderij,
zagen ze samen met Jan Mos, Willem van Vlijmen en
Jan Meyer, uit Uithoorn, kans in de nacht weg te
komen en vertrokken naar Hannover. Vandaar kwamen
ze terug naar Nederland in Valkenburg, waar ze
werden opgevangen in een nonnenklooster. Daar
zijn ze drie maanden geweest, noord Nederland was
toen nog niet bevrijd. De tijd werd daar, tot
vervelends toe, doorgebracht, met het
aardappelschillen voor de bewoners van het
klooster. Daarna kwamen Kees en Liena terecht bij
een opvangadres voor vluchtelingen in Noord
Brabant. Voor zeven gulden per week kregen ze
daar kost en inwoning.
Terug naar huis
Zodra het
veilig genoeg was werd de terugreis naar huis
aanvaard. Met de trein naar Alkmaar en daarna
verder met een taxi. Het adres dat ze bij de
chauffeur hadden opgegeven was Callantsogervaart.
Per abuis werden ze afgezet in Callantsoog. Het
laatste stuk naar Julianadorp zijn Kees en Liena
toen maar gaan lopen. Toen ze onderweg waren naar
Julianadorp, het was vroeg in de morgen, troffen
ze de eerste bekenden, Hans de Vries en Piet
Vader. De laatste ging spoorslags op de fiets de
komst van Kees en Liena melden bij de ouders van
Kees, thuis aan de Callantsogervaart.
Vader van
Mullem bedacht zich geen moment en ging, zonder
zich eerst geheel aan te kleden, in een lange
jaeger onderbroek, samen met broers Bart en Toon
met gezwinde spoed, zijn zoon Kees en aanstaande
schoondochter Liena tegemoet |
|
|