...Julianadorp van 1939 tot 1945
JULIANADORP en Het KOEGRAS
Geheim Knickebein-navigatie-antennesysteem tijdens WOII
aangepast op 1 juni 2015
Restanten Knickebein-antenne in Koegras in de duinen bij Julianadorp
Het verhaal over Julianadorp en Koegras in de Tweede Wereldoorlog, geschreven in mei 2005, is door de bezoekers van de website Julianadorp Parel van de Kop zeer goed ontvangen. Zo goed zelfs, dat spontaan weer nieuwe feiten worden aangereikt.
Zeer bijzonder is het restant van een antenne-opstelling, die in de duinen, half onder het zand, nog steeds aanwezig is.
Het is een enkele 15 cm brede rail, die in een ring met een middellijn van 35 meter, op een vlak deel in de duinen ligt. Op deze rail was een Knickebein-antenne opgesteld. Het was een huizenhoog en zeer breed gevaarte dat rond kon draaien. Deze antenne diende voor navigatie van Duitse gevechtsvliegtuigen, jagers en bommenwerpers. In Europa zijn twaalf van dergelijke antenne-installaties gebouwd. De Knickebeinantenne bij Julianadorp werd aangeduid met K3.
Extra ingezonden info door Ron Beljaards
In Julianadorp (polder Het Koegras) werd het eerste operationele systeem X1 Donau geplaatst,
gevolgd door X2 Elbe, X3 Oder en X4 Rhein bij Audembert/Mont de Couple nabij Calais (F).
X5 Weser, X6 Spree en X7 Isar in Beaumont Hague, Cap de Hague, Bretagne (F) vast of mobiel. De
laatste X8 zou geplaatst worden in Morlaix/La Feuilee, Bretagne (F).
Naast de X1 Peiler stond er op de locatie een FuSE 80 radar.
Een Knickebein antennesysteem stond in de duinen bij Julianadorp
in de polder Het Koegras ter hoogte van de Middenvliet
Met behulp van deze antenne, een soort uitzendende radar, werd een vliegtuig naar een te bombarderen doel geleid. Het Knickebein systeem bestond uit twee signalen die worden uitgezonden vanaf lokaties die ver van elkaar verwijderd stonden en die elkaar kruisten boven het doel van aanvallende bommenwerpers. De twee antennes werden in de beoogde positie gedraaid en zonden een signaal uit richting het aan te vallen doel. In het voorbeeldschetsje (onder) is het Knickebein systeem weergegegeven. Een antenne in Cleves (zuid-west Duitsland) en de tweede opgesteld in Bredstedt (noord Duitsland) die een signaal uitzonden. De bommenwerper moest het ene signaal volgen, totdat het signaal werd gekruist door het tweede signaal. Op die plek werd het eerste signaal gestoord. De piloot wist dan, dat het doel voor het afwerpen van meegevoerde bommen was bereikt.

Twee signalen die elkaar kruisen boven het doel van de bommenwerper

Lokatie Knickebein-antenne in de duinen bij Julianadorp

Een luchtfoto van de nog bestaande rail van de Knickebein antenne
in de duinen bij Julianadorp ter hoogte van de Middenvliet
 

De machineruimte van de antenne, die is gesloopt
 

De rail in de duinen bij Julianadorp waarop de antenne
kon ronddraaien, is nog steeds aanwezig
 
Lorenz systeem
Een ander signaal-systeem, het Lorenz systeem was bedoeld voor het terughalen van de vliegtuigen naar de thuisbasis. Het Nickebein systeem was de opvolger van dit systeem. Het Lorenz systeem werkte met sturing van twee signalen vanuit één lokatie, terwijl het Knickebein systeem bestond uit twee signalen die werden uitgezonden vanaf lokaties die ver van elkaar verwijderd stonden, en die elkaar kruisten boven het doel van aanvallende bommenwerpers.
Het Lorenz systeem bestond uit twee verschillende signalen vanuit één lokatie onder een hoek uitgezonden. In de zone, waar de signalen elkaar overlapten ontving de piloot één continu signaal en wist hij dat zijn koers goed was. Zat hij naast de overlapping van de signalen dan was het door hem ontvangen signaal niet continu en moest hij zijn koers verleggen naar de zone waar de signalen elkaar wèl weer overlapten. Hoe dichter het vliegtuig bij de thuisbasis kwam, des te smaller werd de zone van de uitgezonden signalen. De piloot kon daardoor zeer precies de thuisbasis terugvinden.
Dit tweede signaal-systeem was vooral bij slecht weer een onmisbare steun voor de vlieger. Kwam een vliegtuig buiten het bereik van beide signalen, dan werd het voor de vlieger zeer moeilijk naar zijn thuisbasis terug te keren. De vlieger raakte dan de weg kwijt en had grote moeite weer de juiste koers te vinden. Zeker bij onvoldoende brandstof stortte het viegtuig neer. Was dat boven zee, dan was dat tevens einde verhaal voor de bemanning en het vliegtuig.
Waar de twee verschillende signalen elkaar overlapten kreeg de piloot een
constant signaal te horen. Op die manier kon hij, ook bij slecht zicht, zijn
thuishaven terugvinden.
Berhard systeem
D
e signalen van het Knickebein-systeem werden al gauw door de Engelsen doelmatig gestoord. Daarom werd een ingewikkelder signaalsysteem ontworpen, het Bernhard signaalsysteem. De signalen werden dan over verschillende, moeilijker te traceren, frequentie-banden uitgezonden. Deze antenne draaide twee keer per minuut rond De ontvanger in het vliegtuig werd daarop afgestemd. Dat systeem was ook moeilijker te storen.

Een Bernhard antennesysteem, Be08,
was opgesteld in de duinen bij Schoorl.

een Hell- Bernhard-antennesysteem
 
 
De Knickebein systemen hielden ook de
Engelse technici en politiek (Churchill) bezig.
Hieronder volgt een deel van het verhaal dat de heer van Gent schreef
over de Duitse navigatie in de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de
ontdekking van de Duitse Nickebein-navigatiesignalen door de Engelsen
en de doeltreffende maatregelen die zij troffen.
De Britse ontdekking van Nickebein
De nauwkeurigheid en successen van de Duitse nachtelijke bombardementen waren voor de Britten een indicatie dat de Duitsers over een vorm van navigatie beschikte. Jones, van het Scientific Information Branch (SIB) had in het 'Olso Report' iets gelezen over het bestaan van een Duits navigatiemiddel.
In maart 1940 ontving Jones meer informatie. In een neergestorte Duitse bommenwerper was een stukje papier gevonden. Daarin werd het bestaan van twee radio navigatiesystemen gesuggereerd. Ook was er informatie verkregen van krijgsgevangen. Vreemd genoeg klopte de door hun gegeven informatie niet met wat in het 'Oslo Report' stond. Een paar krijgsgevangen hadden het namelijk over een elektronisch systeem genaamd 'X-gerät', maar ze vertelde verder geen details.
Op 5 juni, dezelfde dag dat de evacuatie bij Duinkerken was afgerond, onderschepte een RAF vliegtuig een versleuteld bericht. De Duitsers gebruikten daarvoor een 'Enigma' machine. De Britten waren echter al een tijdje in staat de Duitse vercijferde berichten te ontrafelen. Het bericht bleek afkomstig van het hoofdkwartier van de Luftwaffe en sprak over drie dingen, t.w. het woord 'Knickebein', de Duitse stad Kleve in Noordrijn-Westfalen en een aantal kompas hoeken. Dit was voor Jones een eerste bevestiging dat er inderdaad een navigatiesysteem door de Duitser werd toegepast.

Jones was er van overtuigd dat het navigatiesysteem in staat was een plek aan te wijzen door gebruik te maken van twee gekruiste bundels. Dat betekende dat de bommenwerpers uitgerust zouden moeten zijn met een speciale ontvanger. Met dat in zijn achterhoofd onderzocht hij de apparatuur van een Luftwaffe Heinkel He-111, die al in oktober 1939 een noodlanding had moeten maken in Schotland. Dit vliegtuig was zoals verwacht uitgerust met een Lorenz ontvanger. Nadat deze ontvanger wederom was onderzocht ontdekte hij dat de ontvanger ongewoon hoog gevoelig t.o.v. een gewone Lorenz ontvanger.
Wat direct opviel waren de vijf penthode-radioversterkerbuizen. Hierdoor was de ontvanger een stuk duurder en ook ongewoon gevoelig. De hoge gevoeligheid beschouwde Jones als een duidelijke aanwijzing dat deze ontvanger werd gebruikt voor lange afstand navigatie.
Met deze kennis ging men ertoe over om krijgsgevangen van de Luftwaffe extra aan de tand te voelen. Dit leverde inderdaad de bevestiging van zijn vermoedens.

Op 21 juni 1940 werd Jones onverwachts uitgenodigd op Downingstreet 10. Het bleek dat even daarvoor een stevige discussie binnen het War Cabinet had plaatsgevonden over het wel of niet bestaan van een Duits radio-navigatie-systeem. Churchill maakte zich uiterst zorgen over dit feit. Dit zou namelijk een grote bedreiging zijn voor het Homeland, met name gedurende de nacht. In een presentatie van circa twintig minuten legde Jones uit welke informatie hij de afgelopen periode had verzameld, en legde hij uit dat hij inderdaad er van overtuigd was dat er een radio navigatiesysteem moest bestaan. Tegelijkertijd gaf hij aan dat het systeem mogelijk te storen was. Churchill was onder de indruk van Jones presentatie en bijzonder gecharmeerd van het feit dat de werking kon worden verstoord. Hij gaf dan ook Jones direct opdracht om dit onderwerp verder uit te zoeken.

Jones moest nu op zoek naar hard bewijs. Daartoe werden in opdracht van hem drie Avro Anson vliegtuigen uitgerust met Amerikaanse Halicrafter S-27 ontvangers, die op dat moment ook veel in gebruik waren bij radio amateurs.
Het vliegtuig diende voornamelijk als trainingsvliegtuig voor het opleiden van de bemanningen voor de bommenwerpers. Een aantal werden echter ook ingezet voor de kust patrouille. De eerste verkenningsvluchten leverden niets op. Maar uiteindelijk had één vliegtuig beet en ontving de Knickebein uitzendingen. Ze draaide hun vliegtuig bij en vlogen over de bundel, richting de zender en vonden uiteindelijk de uitzending van de tweede bundel. Het bewijs was geleverd!
Met dit bewijs ging Jones rap naar Robert Cockburn van het Telecommunications Research Establishment (TRE). Er werd gezocht naar een geschikte stoorzender. Het oog viel op een medisch apparaat dat normaal gebruikt wordt bij de hoogfrequent warmtetherapie voor reumapatiënten. Mijn bron geeft aan dat men het voor het volgende gebruikte: "Electrodiathermy set, used in hospitals to cautirised wounds". Dit apparaat produceerde van 'nature' breedbandige ruis in de frequentieband van de Knickebein. Dit was duidelijk een 'crash' actie en het bleek ook nog te werken. We moeten het apparaat dus promoveren tot de eretitel van effectieve stoorzender. Naast deze stoorzender werden ook aangepaste RAF Lorenz ontvangers ingezet die valse Knickebein signalen produceerden.

In september 1940, toen de Luftwaffe startte met haar uitgebreide nachtbombardementen, waren de 'ziekenhuis zenders' vervangen door 'echte' anti-Knickebein stoorzenders met meer uitgangsvermogen die Morse code uitzonden. De Knickebein bundels hadden in Groot Brittannië 'Headache' (hoofdpijn) als codenaam. Deze stoorzenders werden daarom ook wel heel toepasselijk 'Aspirins' genoemd.
Het Knickebein systeem werd hiermee bijzonder effectief geneutraliseerd. T.g.v. de extra Morse uitzendingen in Engeland kregen de bommenwerpers bijna op elke plek bliepjes uit hun Knickebein ontvanger waardoor ze geneigd waren steeds meer naar links bij te sturen op zoek naar de lange blieps, maar die kwamen uiteraard niet. De Duitse bommenwerpers raakte boven Engeland de kluts helemaal kwijt. Er is zelf één geval bekend van een Duitse bommenwerper waarvan de bemanning, totaal gedesoriënteerd, besloot met parachutes het vliegtuig te verlaten. Het vliegtuig stortte daarna neer.
De Duitse vliegtuigbemanningen wisten dat er iets aan de hand moest zijn, maar pas nadat een keer een radio ingenieur meevloog en hij ook met zijn vliegtuig kilometers van zijn doel terecht kwam, waren de Duitsers er pas van overtuigd dat de Britten inderdaad een effectieve tegenmaatregel hadden ontwikkeld.
auteur: dhr. Van Gent december 2006
Het was moeilijk om een foto van het systeem Knickebein-antenne
en Bernhard-antenne te achterhalen. Met dank aan de heer van Gent,
die een verhaal schreef over Duitse navigatiesystemen in de Tweede Wereldoorlog
is het toch gelukt foto's van de Knickebein-antenneopstelling te plaatsen en
tevens konden we door zijn reaktie een belangrijke correctie in het verhaal aanbrengen.
 
Deze pagina is gemaakt voor de website
Julianadorp parel van de Kop
http://www.julianadorp-parelvandekop.nl
aangepast op 1 juni 2015
copyright: Julianadorppromotie '95