 |
Restanten
Knickebein-antenne in Koegras in de
duinen bij Julianadorp
Het verhaal over Julianadorp en Koegras
in de Tweede Wereldoorlog, geschreven in
mei 2005, is door de bezoekers van de
website Julianadorp Parel van de Kop zeer
goed ontvangen. Zo goed zelfs, dat
spontaan weer nieuwe feiten worden
aangereikt.
Zeer bijzonder is het restant van een
antenne-opstelling, die in de duinen,
half onder het zand, nog steeds aanwezig
is.
Het is een enkele 15 cm brede rail, die
in een ring met een middellijn van 35
meter, op een vlak deel in de duinen ligt.
Op deze rail was een Knickebein-antenne
opgesteld. Het was een huizenhoog en zeer
breed gevaarte dat rond kon draaien. Deze
antenne diende voor navigatie van Duitse
gevechtsvliegtuigen, jagers en
bommenwerpers. In Europa zijn twaalf van
dergelijke antenne-installaties gebouwd.
De Knickebeinantenne bij Julianadorp werd
aangeduid met K3. |
Extra ingezonden
info door Ron Beljaards
In Julianadorp (polder Het Koegras) werd
het eerste operationele systeem X1 Donau
geplaatst,
gevolgd door X2 Elbe, X3 Oder en X4 Rhein
bij Audembert/Mont de Couple nabij Calais
(F).
X5 Weser, X6 Spree en X7 Isar in Beaumont
Hague, Cap de Hague, Bretagne (F) vast of
mobiel. De
laatste X8 zou geplaatst worden in
Morlaix/La Feuilee, Bretagne (F).
Naast de X1 Peiler stond er op de locatie
een FuSE 80 radar. |
 |
Een Knickebein
antennesysteem stond in de duinen
bij Julianadorp
in de polder Het Koegras ter
hoogte van de Middenvliet |
|
Met behulp
van deze antenne, een soort
uitzendende radar, werd een
vliegtuig naar een te bombarderen
doel geleid. Het Knickebein
systeem bestond uit twee signalen
die worden uitgezonden vanaf
lokaties die ver van elkaar
verwijderd stonden en die elkaar
kruisten boven het doel van
aanvallende bommenwerpers. De
twee antennes werden in de
beoogde positie gedraaid en
zonden een signaal uit richting
het aan te vallen doel. In het
voorbeeldschetsje (onder) is het
Knickebein systeem weergegegeven.
Een antenne in Cleves (zuid-west
Duitsland) en de tweede opgesteld
in Bredstedt (noord Duitsland)
die een signaal uitzonden. De
bommenwerper moest het ene
signaal volgen, totdat het
signaal werd gekruist door het
tweede signaal. Op die plek werd
het eerste signaal gestoord. De
piloot wist dan, dat het doel
voor het afwerpen van meegevoerde
bommen was bereikt. |

Twee
signalen die elkaar kruisen boven
het doel van de bommenwerper |
Lokatie Knickebein-antenne in de
duinen bij Julianadorp |

Een luchtfoto van de
nog bestaande rail van de
Knickebein antenne
in de duinen bij Julianadorp ter
hoogte van de Middenvliet |

De machineruimte van
de antenne, die is gesloopt |

De rail in de duinen
bij Julianadorp waarop de antenne
kon ronddraaien, is nog steeds
aanwezig |
Lorenz
systeem
Een ander
signaal-systeem, het Lorenz
systeem was bedoeld voor het
terughalen van de vliegtuigen
naar de thuisbasis. Het Nickebein
systeem was de opvolger van dit
systeem. Het Lorenz systeem
werkte met sturing van twee
signalen vanuit één lokatie,
terwijl het Knickebein systeem
bestond uit twee signalen die
werden uitgezonden vanaf lokaties
die ver van elkaar verwijderd
stonden, en die elkaar kruisten
boven het doel van aanvallende
bommenwerpers.
Het Lorenz systeem bestond uit
twee verschillende signalen
vanuit één lokatie onder een
hoek uitgezonden. In de zone,
waar de signalen elkaar
overlapten ontving de piloot
één continu signaal en wist hij
dat zijn koers goed was. Zat hij
naast de overlapping van de
signalen dan was het door hem
ontvangen signaal niet continu en
moest hij zijn koers verleggen
naar de zone waar de signalen
elkaar wèl weer overlapten. Hoe
dichter het vliegtuig bij de
thuisbasis kwam, des te smaller
werd de zone van de uitgezonden
signalen. De piloot kon daardoor
zeer precies de thuisbasis
terugvinden.
Dit tweede signaal-systeem was
vooral bij slecht weer een
onmisbare steun voor de vlieger.
Kwam een vliegtuig buiten het
bereik van beide signalen, dan
werd het voor de vlieger zeer
moeilijk naar zijn thuisbasis
terug te keren. De vlieger raakte
dan de weg kwijt en had grote
moeite weer de juiste koers te
vinden. Zeker bij onvoldoende
brandstof stortte het viegtuig
neer. Was dat boven zee, dan was
dat tevens einde verhaal voor de
bemanning en het vliegtuig. |

Waar de twee
verschillende signalen
elkaar overlapten kreeg
de piloot een
constant signaal te horen.
Op die manier kon hij,
ook bij slecht zicht,
zijn
thuishaven terugvinden. |
|
Berhard
systeem
De signalen van het
Knickebein-systeem werden al gauw
door de Engelsen doelmatig
gestoord. Daarom werd een
ingewikkelder signaalsysteem
ontworpen, het Bernhard
signaalsysteem. De signalen
werden dan over verschillende,
moeilijker te traceren,
frequentie-banden uitgezonden.
Deze antenne draaide twee keer
per minuut rond De ontvanger in
het vliegtuig werd daarop
afgestemd. Dat systeem was ook
moeilijker te storen.
|

Een
Bernhard antennesysteem,
Be08,
was opgesteld in de
duinen bij Schoorl. |
|

een
Hell- Bernhard-antennesysteem |
|
|
|
|
De
Knickebein systemen hielden ook de
Engelse technici en politiek (Churchill) bezig. |
Hieronder volgt een deel
van het verhaal dat de heer van Gent schreef
over de Duitse navigatie in de Tweede
Wereldoorlog. Het betreft de
ontdekking van de Duitse Nickebein-navigatiesignalen
door de Engelsen
en de doeltreffende maatregelen die zij troffen. |
De Britse
ontdekking van Nickebein
De nauwkeurigheid en successen van de Duitse
nachtelijke bombardementen waren voor de Britten
een indicatie dat de Duitsers over een vorm van
navigatie beschikte. Jones, van het Scientific
Information Branch (SIB) had in het 'Olso Report'
iets gelezen over het bestaan van een Duits
navigatiemiddel.
In maart 1940 ontving Jones meer informatie. In
een neergestorte Duitse bommenwerper was een
stukje papier gevonden. Daarin werd het bestaan
van twee radio navigatiesystemen gesuggereerd.
Ook was er informatie verkregen van
krijgsgevangen. Vreemd genoeg klopte de door hun
gegeven informatie niet met wat in het 'Oslo
Report' stond. Een paar krijgsgevangen hadden het
namelijk over een elektronisch systeem genaamd 'X-gerät',
maar ze vertelde verder geen details.
Op 5 juni, dezelfde dag dat de evacuatie bij
Duinkerken was afgerond, onderschepte een RAF
vliegtuig een versleuteld bericht. De Duitsers
gebruikten daarvoor een 'Enigma' machine. De
Britten waren echter al een tijdje in staat de
Duitse vercijferde berichten te ontrafelen. Het
bericht bleek afkomstig van het hoofdkwartier van
de Luftwaffe en sprak over drie dingen, t.w. het
woord 'Knickebein', de Duitse stad Kleve in
Noordrijn-Westfalen en een aantal kompas hoeken.
Dit was voor Jones een eerste bevestiging dat er
inderdaad een navigatiesysteem door de Duitser
werd toegepast.
Jones was er van overtuigd dat het
navigatiesysteem in staat was een plek aan te
wijzen door gebruik te maken van twee gekruiste
bundels. Dat betekende dat de bommenwerpers
uitgerust zouden moeten zijn met een speciale
ontvanger. Met dat in zijn achterhoofd onderzocht
hij de apparatuur van een Luftwaffe Heinkel He-111,
die al in oktober 1939 een noodlanding had moeten
maken in Schotland. Dit vliegtuig was zoals
verwacht uitgerust met een Lorenz ontvanger.
Nadat deze ontvanger wederom was onderzocht
ontdekte hij dat de ontvanger ongewoon hoog
gevoelig t.o.v. een gewone Lorenz ontvanger.
Wat direct opviel waren de vijf penthode-radioversterkerbuizen.
Hierdoor was de ontvanger een stuk duurder en ook
ongewoon gevoelig. De hoge gevoeligheid
beschouwde Jones als een duidelijke aanwijzing
dat deze ontvanger werd gebruikt voor lange
afstand navigatie.
Met deze kennis ging men ertoe over om
krijgsgevangen van de Luftwaffe extra aan de tand
te voelen. Dit leverde inderdaad de bevestiging
van zijn vermoedens.
Op 21 juni 1940 werd Jones onverwachts
uitgenodigd op Downingstreet 10. Het bleek dat
even daarvoor een stevige discussie binnen het
War Cabinet had plaatsgevonden over het wel of
niet bestaan van een Duits radio-navigatie-systeem.
Churchill maakte zich uiterst zorgen over dit
feit. Dit zou namelijk een grote bedreiging zijn
voor het Homeland, met name gedurende de nacht.
In een presentatie van circa twintig minuten
legde Jones uit welke informatie hij de afgelopen
periode had verzameld, en legde hij uit dat hij
inderdaad er van overtuigd was dat er een radio
navigatiesysteem moest bestaan. Tegelijkertijd
gaf hij aan dat het systeem mogelijk te storen
was. Churchill was onder de indruk van Jones
presentatie en bijzonder gecharmeerd van het feit
dat de werking kon worden verstoord. Hij gaf dan
ook Jones direct opdracht om dit onderwerp verder
uit te zoeken.
Jones moest nu op zoek naar hard bewijs. Daartoe
werden in opdracht van hem drie Avro Anson
vliegtuigen uitgerust met Amerikaanse Halicrafter
S-27 ontvangers, die op dat moment ook veel in
gebruik waren bij radio amateurs.
Het vliegtuig diende voornamelijk als
trainingsvliegtuig voor het opleiden van de
bemanningen voor de bommenwerpers. Een aantal
werden echter ook ingezet voor de kust patrouille.
De eerste verkenningsvluchten leverden niets op.
Maar uiteindelijk had één vliegtuig beet en
ontving de Knickebein uitzendingen. Ze draaide
hun vliegtuig bij en vlogen over de bundel,
richting de zender en vonden uiteindelijk de
uitzending van de tweede bundel. Het bewijs was
geleverd!
Met dit bewijs ging Jones rap naar Robert
Cockburn van het Telecommunications Research
Establishment (TRE). Er werd gezocht naar een
geschikte stoorzender. Het oog viel op een
medisch apparaat dat normaal gebruikt wordt bij
de hoogfrequent warmtetherapie voor
reumapatiënten. Mijn bron geeft aan dat men het
voor het volgende gebruikte: "Electrodiathermy
set, used in hospitals to cautirised wounds".
Dit apparaat produceerde van 'nature'
breedbandige ruis in de frequentieband van de
Knickebein. Dit was duidelijk een 'crash' actie
en het bleek ook nog te werken. We moeten het
apparaat dus promoveren tot de eretitel van
effectieve stoorzender. Naast deze stoorzender
werden ook aangepaste RAF Lorenz ontvangers
ingezet die valse Knickebein signalen
produceerden.
In september 1940, toen de Luftwaffe startte met
haar uitgebreide nachtbombardementen, waren de 'ziekenhuis
zenders' vervangen door 'echte' anti-Knickebein
stoorzenders met meer uitgangsvermogen die Morse
code uitzonden. De Knickebein bundels hadden in
Groot Brittannië 'Headache' (hoofdpijn) als
codenaam. Deze stoorzenders werden daarom ook wel
heel toepasselijk 'Aspirins' genoemd.
Het Knickebein systeem werd hiermee bijzonder
effectief geneutraliseerd. T.g.v. de extra Morse
uitzendingen in Engeland kregen de bommenwerpers
bijna op elke plek bliepjes uit hun Knickebein
ontvanger waardoor ze geneigd waren steeds meer
naar links bij te sturen op zoek naar de lange
blieps, maar die kwamen uiteraard niet. De Duitse
bommenwerpers raakte boven Engeland de kluts
helemaal kwijt. Er is zelf één geval bekend van
een Duitse bommenwerper waarvan de bemanning,
totaal gedesoriënteerd, besloot met parachutes
het vliegtuig te verlaten. Het vliegtuig stortte
daarna neer.
De Duitse vliegtuigbemanningen wisten dat er iets
aan de hand moest zijn, maar pas nadat een keer
een radio ingenieur meevloog en hij ook met zijn
vliegtuig kilometers van zijn doel terecht kwam,
waren de Duitsers er pas van overtuigd dat de
Britten inderdaad een effectieve tegenmaatregel
hadden ontwikkeld.
auteur: dhr.
Van Gent december 2006 |
|
|