 |
Een
korte kennismaking met de
schrijver.
Willem Wulffel�, woonde tijdens
de oorlogsjaren in het spoorhuis
bij, de toen nog in gebruik
zijnde, treinhalte Koegras. Hij
was de jongste zoon van de
fam.Wulffel�. Het gezin bestond
uit zes kinderen, vier jongens en
twee meisjes; Matthijs, Johanna,
Jan, Cor, Nel en Willem. Jan, Cor
en Johanna woonden in Den Helder
waar ze naar het vervolg
onderwijs gingen. Eerder woonde
het gezin in het huizenrijtje
links van de spoorbrug waar later
de fam.Roos woonde. Willem was
vier jaar toen de Tweede
Wereldoorlog uitbrak. Hierna
volgt zijn verhaal. |

Koegras
Spoorbrug met aan beide kanten
van het Noord-Hollandskanaal
bebouwing |
|
1.
Mobilisatie en oorlog in Koegras. |
De
mobisatie van het Nederlandse
leger |
Mijn eerste
kennismaking met de oorlog was de
mobilisatie van het Nederlandse
leger waarbij Nederlandse
soldaten werden inge- kwartierd
in ons huis. Links van ons huis
bouwden de soldaten een simpele
kazemat, van hout zand en
plaggen. Van daaruit kon de
Rijksweg naar Alkmaar onder schot
worden gehouden. Echter daarvoor
heeft de kazemat nooit dienst
gedaan. Wij als kinderen namen
het bouwsel al gauw in gebruik
als onze speel- hut. De schuur
achter ons huis stond vol met
klein geschut wat ik nog niet heb
kunnen iden- tificeren, ik weet
nu nog wel hoe dat eruit zag. |

Nederlandse
militairen tijdens de mobilsatie |
Op
een dag was het snertdag voor de
soldaten. Een grote pan snert,
waarin veel dobbelsteentjes spek
dreven, werd naar binnen
gedragen. Toen na het eten bleek
dat er nog veel snert over was
werd dat zonder veel
plichtplegingen in het kanaal
gekieperd.
Zo ging het later ook met munitie
die eveneens in het kanaal werden
gedumpt. Als jongens hebben we
later nog een munitiekist uit het
kanaal gevist
Het
uitbreken van de oorlog
In Koegras zijn bij het uitbreken
van de oorlog geen gevechten op
de grond geweest,daarentegen
waren er wel veel luchtgevechten
dat was voor ons nieuw en
sensationeel. Wij realiseerden
ons niet welk gevaar wij liepen
door naar buiten te gaan en er
naar te gaan kijken terwijl de
gevechten boven ons hoofd
afspeelden.
Vanaf de hoge spoordijk waar wij
stonden hebben we de aanvallen
van de stuka's op Vliegkamp de
Kooi goed kunnen volgen. Een tijd
later, na een bombardement op het
vliegveld, zagen we mensen langs
de spoorbaan naar ons toekomen.
E�n daarvan was gewond aan het
hoofd. Dat was toch wel heel eng
om te zien.
Na een zwaar bombardement op den
Helder zagen wij vanuit ons huis
de stad rondom in de brand staan.
Aan de ene kant vonden we dat
fascinerend maar aan de andere
kant zeer beangstigend. Vaak
hoorde je ook het gehuil van een
sirene en dan wist je dat er iets
ging gebeuren. Het maandelijkse
proefdraaien van sirenes van het
luchtalarm geeft me, met het
terugdenken aan de oorlogtijd,
nog steeds een onaangenaam
gevoel.
Toen Nederland zich had
overgegeven kwamen over de
Rijksweg langs het kanaal de
Duitsers in legerwagens
aangereden richting Den Helder.
Wij stonden langs de weg en zagen
in de open legerwagens,
opgewekte, vrolijke soldaten, die
vanaf de wagens sinaasappels over
de weg naar ons toerolden. |

Het
huis(rechts)
waar Willem Wulffel� kort heeft
gewoond, met (links) de
boerderij van Krouwel
|
|
2.
De bezetting en de schooljaren in
Julianadorp |
De
bezetting
Van de bezetting was bij de
spoorbrug over het kanaal eerst
niet veel te merken. Ik had een
tuintje aan de linker kant van
ons huis waar ik erwtjes had
geplant die net waren ontkiemd en
waarvan de zaadlobjes al boven de
grond kwamen. Toen ik op een dag
in het tuintje bezig was kwamen
daar ook een aantal Duitse
officieren met Nederlanders, die
naar later bleken aannemers
waren. Ze liepen dwars door mijn
tuin en vernielden de nog jonge
plantjes, ik was furieus, maar
daar trokken ze zich niets van
aan.
Toen al gauw daarna arbeiders,
TODt lui, kwamen, werd duidelijk
wat de bedoeling was. Onze hele
zij-tuin werd overhoop gehaald en
zo'n vier meter vanaf ons huis
werd met de bouw van een bunker
begonnen. Een manschappen bunker
voor zes man met een afdak voor
een geschut en een schuilkelder.
De bunker kwam precies op de
plaats waar eerst onze tuin was.
Ook de waterput die op de tuin
stond moest het ontgelden.
In eerste instantie hadden de
soldaten het geschut in onze
achtertuin geplaatst waar de
spoorsloot vanuit Den Helder
eindigt, maar al heel gauw is het
geschut weggehaald en weer in de
bunker gezet. Het geschut heeft
daarna, gedurende de hele oorlog,
geen dienst meer gedaan.
Langzamerhand leerden wij onze
nieuwe buren kennen, soldaten van
de weermacht,
Wilhelm Ebel, Borst, Kassie een
nazi, Aarkats en nog een paar
andere soldaten.
Gedurende de hele oorlog hadden
wij veel mensen in huis,
vluchtelingen uit Den Helder en
werklui die voor de Duitsers
werkten. Wij kinderen sliepen dan
vaak, bij gebrek aan slaapruimte,
in de woonkamer op stoelen. Aan
de overkant van het kanaal ,aan
weerskanten van de spoorbrug, op
de Koegrasdijk verrezen ook
manschappen bunkers. Ook in de
schuur van Dirk de Graaf. werd
een bunker gebouwd. Wat later in
de oorlog werd voor ons huis een
wachthokje geplaatst, een
controlepost.
|

Buurtschap de Blauwe Keet aan de
Rijksweg, in 1989 gesloopt
vanwege verbreding van de weg. |
.
De
schooljaren
September 1942 gingen wij, mijn
zus die een jaar ouder was en ik,
voor het eerst naar de lagere
school in Julianadorp. s' Winters
met de schoolbus en de andere
maanden lopend of als je een
fiets had met de fiets, hoewel
dat een riskante zaak was met de
fietsrazzia's. Meestal liep je
met een heel stel kinderen uit de
buurt naar school. We liepen dan
langs de Blauwe Keet, langs
mijnenvelden en bunkers via de
Schoolweg naar Julianadorp. Aan
de schoolweg woonde een kapper
waar we ons haar lieten knippen
als het nodig was en wat verderop
een winkel waar je terecht kon
voor school attributen |

Loopuytpark
met op de hoek in de winkeldeur
kapper Weidema |
We
kregen les in de kerk waar wij
met verschillende klassen
gehuisvest waren, daar kregen we
in de eerste klas les van
juffrouw Swantjes. Het
schoolgebouw in Julianadorp was
door de Duitsers in beslag
genomen en werd als hospitaal
gebruikt.
Een voorval dat wij meemaakten is
mij altijd bijgebleven. Op een
dag tijdens een pauze toen wij
buiten speelden kwam een open
legerwagen vol met Duitsers die
hun wapens leegschoten op de
schoolweg. Wij schrokken enorm en
iedereen vluchtte de kerk binnen.
Inplaats dat ik de andere
kinderen volgde naar de kerk,
liep ik meer naar de schietende
soldaten toe. Niet dat ik in
paniek was, maar omdat daar bij
��n van de huizen aan de
linkerkant van het plein een
ommuurd tuintje was, waarachter
ik mij kon verschuilen. Later heb
ik nog naar dat muurtje gezocht
maar er is veel veranderd in
Julianadorp.
Zover ik weet zijn er bij dat
schietincident geen slachtoffers
gevallen.
Na de kerk kregen wij les in een
kerkje aan de Lange Vliet, iets
verder dan het huis van dokter
Swaters. Het kerkje stond als het
klompenschooltje bekend. Ook hier
kregen we les van juffrouw
Swantjes in de derde klas. Aan de
muur van het huis van dokter
Swaters was een houten kastje
geplaatst waar je de medicijnen
kon pakken die de dokter had
voorgeschreven .
Op een middag tijdens het
speelkwartier zagen wij een
zwarte rookwolk in de buurt van
de spoorbrug en omdat wij daar
vlakbij woonden waren wij, mijn
zus en ik, bang dat er bij ons
iets gebeurd zou zijn. Maar
thuisgekomen bleek het huis nog
in orde, de rook was veroorzaakt
door een brandende hooiberg van
de fam. Crouwel. Deze was bij het
spelen met lucifers bij de
hooiberg door twee jongens
,Teerke de Hoop en Otto Roos, in
brand geraakt. Helaas stond onder
de hooiberg een auto van Crouwel,
verstopt voor de Duitsers. |

De
hervormde kerk, nu de PKF
Ontmoetingskerk, die in de oorlog
ook werd gebruikt voor noodschool |
|
3.
Het leven met en tussen de Duitsers bij
de spoorbrug |
De eerste
oorlogsjaren verliepen vrij
rustig en het gewone leven hernam
zijn normale gang. We hadden nu
Duitse soldaten als buren, maar
ze gaven geen last, wel kwamen ze
af en toe een emmer water halen.
We misten onze zijtuin,die door
de bezetter was ingepikt, maar
over de spoorlijn tot bijna aan
het spoorbuurtje hadden wij nog
een vrij lange tuin langs het
fietspad, waar groente werd
gekweekt en later ook nog
tabaksplanten waar veel behoefte
aan was. |

Bunkers
aan de Rijksweg achter Dirk de
Graaf,
die inmiddels zijn gesloopt. |
Voedsel
werd schaarser
Naar gelang de oorlog verstreek
werd het voedsel schaarser en
alles was op de bon. Melk en
eieren haalden wij bij de boer,
Dirk de Graaf (onze buurman). De
melk lieten wij een tijdje staan
zodat er een dikke laag room op
kwam. Met een melkfles karnden
wij daarna de room tot boter.
Het laatste jaar van de oorlog
werd het eten voor ons ook
schaars. Je kon, op de bon, nog
erwten en eierpoeder kopen.
Gelukkig hadden wij nog een tuin
die mijn broer Thijs onderhield,
zodat wij ons nog redelijk konden
redden. |
Graan kochten wij
ook bij boer Dirk de Graaf. Met
een grote koffiemolen, die ook
wel in winkels werd gebruikt,
moest ik het graan malen, een
oervervelend baantje. Van het
meel werd brood gebakken of er
werd pap van gekookt. Door het
gevormde meel te laten stomen
maakte mijn moeder ook wel
roggebrood. Het was lekker maar
je raakte er wel van aan de
schijterij. Wij kochten ook wel
brood van de bakker,
regeringsbrood, maar dat was door
het gebruik van vulstoffen niet
erg voedzaam. |

winkel-koffiemolen |
|
En
dan de befaamde suikerbieten in
het laatste oorlogsjaar. De
bieten werden eerst geraspt
waarna het sap er werd
uitgeperst. Door vervolgens het
sap in te dikken kreeg je
bietenstroop dat we gebruikten
als broodbeleg. Van het residu,
na het persen, werden koekjes
gemaakt, die eerst in meel werden
gerold en daarna gebakken.
Soms kregen we van de Duitsers
brood, dat was kuch, het smaakte
een beetje zurig maar was toch
wel lekker. Zeep was ook schaars.
Het werd vervangen door een soort
zeep dat wij kleizeep noemden. |
|
Elektriciteit
werd afgesloten en zoektocht naar
brandstof
In de loop van de oorlog werd ook
de elektrische stroom
uitgeschakeld en moesten wij ons
behelpen met licht van een kaars
of maakten we licht met een potje
reuzel met een lont zodat je
toch, al was het niet veel, wat
licht had. Ook met een fiets, als
die nog niet gevorderd was,
brachten we wat licht in de
duisternis. We moesten dan wel de
dynamo tegen de achterband
aanzetten en met de trappers het
achterwiel in de rondte draaien.
Bij dit alles moest je wel zorgen
dat de ramen goed verduisterd
waren waardoor er geen
lichtstraaltje naar buiten
zichtbaar was. Het verduisteren
van de ramen was een verordening
van de bezetter die het daardoor
de geallieerde vliegers moeilijk
maakten om zich te ori�nteren
Onze naaste buren, Duitse
soldaten, hadden wel een
alternatief om ons aan stroom te
helpen. Ze spanden een
stroomkabeltje van de bunker naar
ons huis en sloten dat aan op hun
lichtnet zodat wij toch weer
licht in de duisternis kregen.
Het was verbonden aan een
voorwaarde. Mochten hoge Duitse
officieren in de buurt komen dan
moest de kabel zo gauw worden
weggehaald.
Doordat ook de kolen schaars
werden moesten we op hout
overschakelen, voor zover dat
voorhanden was. Oude bielzen van
de spoorlijn die vervangen waren
werden met een trekzaag in
stukken gezaagd. Als wij nog
kolengruis over hadden maakten
wij van natte kranten, vermengd
met het gruis, er min of meer
ronde ballen van. Je kreeg
daarvan wat langer warmte dan van
papier alleen.
Regelmatig wachtte ik de trein op
tot hij stopte en vroeg dan om
een emmertje kolen. Meestal werd
mijn emmertje dan gevuld en
konden wij weer een even de
kachel stoken.Het is ook een keer
gebeurd dat ze mij geen kolen
wilden geven terwijl ook een
Duitse soldaat ook op het perron
stond. Op zijn bevel werd toen
toch nog mijn emmertje met kolen
gevuld.
Soms zochten wij langs de
spoorbaan naar kolen die van de
tender waren afgevallen, maar dat
leverde meestal niet veel op. |

Deze
stoomtrein reed tot 1955 op het
spoor door Het Koegras van Den
Helder naar Amsterdam vv. |
|
Verzet
De enige verzetsdaad die ik heb
verricht was een schildwacht die
voor ons huis stond, met
sneeuwballen te bekogelen. Dat
werd me niet in dank afgenomen en
ik moest maken dat ik weg kwam.
Gelukkig kon mijn moeder de
wachtpost kalmeren met een lekker
kopje koffie en kwam ik er zonder
kleerscheuren er van af.
.
Een arrestatie
Op een avond moest ik wegens
ruimte gebrek in de voorkamer
slapen. Het was al spertijd, maar
ik was nog klaar wakker toen ik
een luid geschreeuw hoorde. Over
de spoorbrug kwam een Feldwebel
aanlopen die een man met een jute
zak aanhield die langs ons huis
liep. De Feldwebel, in zijn
burgerleven drogist, zwaaide met
zijn pistool en arresteerde hem.
De volgende dag hoorde ik dat de
man, Joop de Hoop, s'avonds
probeerde een radio te vervoeren.
Wat er verder met Joop is gebeurd
weet ik niet, maar ik heb hem
daarna niet meer gezien.
..
Huiszoeking
en Piet Spek
Op een keer toen mijn broer Cor
en ik terug kwamen van het
bollenpellen was er bij ons
huiszoeking geweest en was alles
overhoop gehaald. Het waren
Duitsers van een speciale eenheid
die niet bij ons gelegerd waren,
wat de reden van de huiszoeking
was is niet bekend. Wel hadden
wij iemand in huis, Piet Spek,
die bij de spoorwegen werkte en
later bleek dat hij bij de
Binnenlandse Strijdkrachten zat.
Het was al eerder opgevallen dat
Piet Spek iets te verbergen had.
We zaten aan de keukentafel te
eten, toen wij een Duitse soldaat
langs de keukenramen zagen lopen
en naar binnenkwam om een emmer
water te halen. De soldaat (Kassi
een nazie) kwam de keuken in.
Piet Spek stond op en ging achter
de geopende keukendeur staan en
terwijl de soldaat naar de
aanrecht liep die die aan de
andere kant in de keuken stond,
glipte Piet Spek ongezien uit de
keuken naar buiten.
Dat was wel even spannend. |
|
Vliegtuig
crashes |

Een
vliegtuigcrash, de locatie waar
deze foto is gemaakt is niet
bekend, |
Vliegtuigcrash
1
Na het eten ging ik naar buiten
om naar mijn vrienden te gaan, ik
was net de spoorlijn bij de
Rijksweg overgestoken of daar
kwam heel laag over het land
vanuit de richting Noordzee een
groot viermotorig vliegtuig
(waarschijnlijk een
Lancaster)recht op mij af. Op dat
moment stond ik links van
de foto. Met spanning
keek ik er naar, maar even voor
de bocht van de spoorlijn crashte
het vliegtuig. Als het punt, waar
ik stond langs de spoorlijn zou
doortrekken dan kom ik precies
uit op het kruispunt Lange Vliet
en de Nieuwe Weg. Ergens op die
lijn voor de spoorbaan is het
vliegtuig gecrasht. Jongens uit
de buurt van de rijksweg zijn er
nog naar toe gegaan en hebben nog
souvenirs van het vliegtuig
meegenomen.
.
Vliegtuigcrash
2
Nog een vliegtuigcrash, wat
minder bekend, zittend aan de
keukentafel zagen wij door het
zijraam een vliegtuig recht op
ons huis afkomen, waarschijnlijk
een aangeschoten Duitse jager,
komende uit de richting van
Breezand. Tijd om te vluchten was
er niet, maar gelukkig scheerde
het vliegtuig over ons huis en
crashte zo'n 75 meter achter ons
huis op een stuk land van Dirk de
graaf.(zie foto).
Wij er meteen op af, maar en
zagen de piloot achter een
mitrailleur in het vliegtuig
zitten, levend wel te verstaan.
Door onbekende soldaten werden
wij tegen gehouden en
weggestuurd. Het vliegtuig werd
nog dezelfde week afgevoerd. |
|
Onderduikers
en razzia |
Onderduikers
Mijn oudste broer Thijs was
ondergedoken om dwangarbeid naar
Duitsland te ontlopen. Hij bleef
wel gewoon bij ons wonen wat geen
problemen gaf met de Duitse
soldaten naast ons, ook ging hij
gewoon naar zijn werk in Breezand
bij de Fa. kaptein een
bollenkweker.
Razzia
Mijn andere broer
Jan had niet het geluk dat hij
kon onderduiken en werd vanuit
Den Helder met de trein naar
Duitsland vervoerd. We konden hem
nog gedag zwaaien toen hij in de
trein van uit Den Helder halte
Koegras passeerde. Na de oorlog
kwam hij gelukkig weer thuis.
Mijn broer Cor, 17 jaar, werd in
'oktober '44 tegelijk met onze
oudste zus Jo opgepakt in Den
Helder. Mijn zus moest
aardappelen schillen en Cor zou
naar Duitsland vervoerd worden,
hetgeen op het laatste moment
niet doorging. Lees hieronder
het verhaal van Cor. |
|
De
door Cor Wulffel�
geschreven brief van zijn
arrestatie door de
Duitsers
Aankomst in Den Helder om
07.45 vanuit ons huis
halte Koegras. De
Feldgendarmerie stond de
passagiers op het station
op te wachten. Wie voor
de Wehrmacht werkte op de
Rijkswerf mocht doorgaan,
de overigen werden hun
ausweis afgepakt en
afgevoerd naar de
Ortscommandantur te
Gravenstraat.
De burgers die bij het
station stonden te
wachten, wisten kennelijk
al van de razzia af, ook
mijn 8 jaar oudere zuster
zuster Jo was daar en gaf
mij in niet mis te
verstane termen aan, dat
ik thuis had moeten
blijven in Koegras.
Later liepen deze burgers
mee tot aan het begin van
de Gravenstraat, alwaar
een Duitse wachtpost hen
tegen hield. Het aantal
mensen mensen, wachtende
voor de ingang van het
Ortscommantur- gebouw,
waar hun papieren en
eventueel hun ausweis
werden ingenomen, bedroeg
ca.40 a 50 mensen, een
ruwe schatting. Een
aantal daarvan kon
ontsnappen, toen zij
merkten, dat de deur van
het huis naast het
Ortscommanturgebouw niet
op slot was, zodat zij
daar een dankbaar gebruik
van maakten.
Toen de Duitsers merkten
dat de grote groep
wachtenden kleiner werd
kwam er ook een post bij
de ingang te staan maar
of zij de vluchtweg
ontdekt hadden, weet ik
niet meer.
Bij de Ortscommandant
werd mijn ausweis
ingenomen, ik moest naar
Duitsland zoals vele
anderen. Mijn zus Jo ,
die was blijven wachten
op de hoek spoorstraat/
Gravenstraat werd ook
opgepakt en moest
aardappelen schillen voor
de weermacht. Zij maakte
toen duidelijk dat thuis
een 3 jarig zoontje op
haar wachtte en haar
broer op het punt stond
om naar Duitsland te
worden afgevoerd. Zij
werd toen met een flinke
schrobbering weggestuurd
om wat brood en een deken
voor mij te halen. Zij
moest daarvoor wel naar
het spoorhuis in Koegras,
op een fiets zonder
banden, waar haar moeder
woonde.
De personen waarvan de
papieren waren afgenomen
werden onder bewaking
afgemarcheerd naar de
wachtkamer van het
station. Bij de ingang en
de deur van de toiletten
en de deur welke toegang
gaf tot het perron kwam
een wachtpost te staan.
Om ongeveer 15.00 uur
werd er eten gebracht uit
de gaarkeuken.
Echtgenotes, verloofdes,
vaders en moeders mochten
afscheid komen nemen.
Dhr. Cornoelje, wiens
vrouw met een baby in een
kinderwagen kwam, maakte
van de gelegenheid
gebruik om er van door te
gaan.
Later blufte hij toen hij
weer opgepakt was, dat
hij afscheid genomen had
van zijn zoon. Er kwam
een Spies(adjudant) ,
mank, die altijd op een
fiets met een hond naast
zich door de stad reed.
De spies vroeg hoe het
eten gesmaakt had en liep
vervolgens tussen de
mensen door en bleef voor
mij staan. De Spies vroeg
hoe oud ik was, waarop ik
zei dat ik net 17 jaar
was geworden, waarop hij
zich verwijderde. De naam
van de Spies was Georg
Weichelt uit Hamburg.
Na een goed kwartier kwam
hij weer terug en vroeg
aan de mensen wo der
junge war. De oudere
mensen wezen op mij, ik
moest met hem mee en op
het perron werden mij
vele vragen gesteld, over
mijn ouders, broers en
zussen. Ik vertelde over
trennung eltern, Kz van
mijn broer Thijs en over
mijn broer Jan in het
Arbeiders-
Erziehungslager etc.
Daarop nam hij mij mee
naar de Ortscommandant
persoonlijk. De Spies was
boos en sloeg met zijn
vuist op het bureau, mijn
papieren werden
teruggeven en als ik weer
zou worden opgepakt moest
Feldwebel Taucher worden
gewaarschuwd. Ik mocht
niet naar Duitsland
worden gestuurd.
Om17.15 stapte ik halte
Koegras uit de trein waar
mijn moeder met Nel en
Wim stonden om mij nog
even te zien voordat ik
naar Duitsland afgevoerd
zou worden.
Groot was hun blijdschap
toen zij hoorden dat dat
niet hoefde en ik gewoon
weer vrij was. |
|
|
Broer
Thijs opgepakt en overleden in Duits
werkkamp |
Mijn
broer Thijs werd eind juli '44
opgepakt bij een controle op de
afsluitdijk. Samen met een vriend
,Jan Miltenburg een evacuee uit
Den Helder die ook bij ons
woonde, wilde hij naar Friesland
maar kwamen niet verder dan
Kornwederzand. Thijs werd
onmiddellijk op transport gezet
naar het kamp Amersfoort. Jan
Miltenburg ontsprong de dans en
kwam weer gewoon thuis met de
volgende woorden; Het is
gebeurd ze hebben Thijs
opgepakt. Het is voor mij
nog steeds een raadsel waarom Jan
niet is opgepakt.
Na een kort verblijf werd Thijs
vanuit het kamp Amersfoort
doorgestuurd naar het
concentratiekamp kz. Neuengamme
bij Hamburg. Hij werd daar
tewerkgesteld in een werkkamp
kz.Husum-Schwesing bij de Deense
grens om 4 meter diepe
tankgrachten te graven tegen
landingen van de geallieerden die
volgens de verwachting van de
Duitsers via Denemarken zouden
binnenvallen. Vanuit het werkkamp
moesten de gevangenen, in de
herfst, 20 km lopen onder slechte
weersomstandigheden en slechts
gekleed in dunne
gevangeniskleding. Velen stierven
op weg naar hun werk door ziekte
en mishandeling. In dit kamp
zaten ook de mannen die uit
Putten waren weggevoerd, waarvan
slechts enkele zijn terug
gekomen.
Thijs heeft het twee maanden
volgehouden, toen bezweek hij aan
dysenterie waaraan de meeste
gevangenen daar in het werkkamp
stierven. Thijs stierf op een
leeftijd van 22 jaar.
Mijn broer Thijs Wulffel� is na
de oorlog herbegraven op de
erebegraafplaats in Loenen. |
|
Oktober
1944 |
Na
de traumatische gebeurtenissen
van de afgelopen maanden was het
de taak om met je leven door te
gaan. Er moest brood op de plank
komen, nu mijn broer Thijs in een
Kz zat kon hij de tuin niet meer
onderhouden. Cor bleef na de
razzia in Den Helder in Koegras
bij zijn moeder. Hij werkte bij
boer Dirk de Graaf aan de
Rijksweg. Ook paste hij wel eens
op de schapen van noodslachter de
Hoop. Om bij de schapen te komen
moest hij via de Kooi over de
vlotbrug naar de overkant van het
Balgzandkanaal. Soms ging ik met
hem mee en dan vonden wij wel
eens zwemvesten die
waarschijnlijk afkomstig waren
van bemanning van vliegtuigen die
waren neergestort. Wegens de
voortdurende luchtaanvallen van
de geallieerden werden de scholen
in Den Helder gesloten |
|
De
hongerwinter 1944/1945 |
De
winter was aangebroken. November
1944 begon het s nachts al
te vriezen dat in januari 1945
uitliep op strenge vorst. Er
heerste grote hongersnood in het
westen van Nederland, die mede
veroorzaakt werd door de
spoorwegstaking, uitgeroepen op
17 september '44.
Soms zag je groepjes mensen die
om voedsel bedelden langs ons
huis voorbij komen. Mijn moeder
gaf ze wel eens een boterham,
maar we hadden zelf ook al niet
veel te eten. W�j konden nog wel
bij de boer terecht voor graan en
melk, Cor die bij de boer werkte
kwam af en toe thuis met eieren
en zelfs een keer met een
speenvarken.
Om de voedselvoorraad aan te
vullen gingen we vaak vissen.
Soms hielpen de Duitsers daarbij,
door vanaf de spoorbrug een
handgranaat in het kanaal te
gooien. Dan was het uitkijken
naar de vissen die boven kwamen
drijven zodat je ze gemakkelijk
kon pakken.
Ik werd een keer weggestuurd door
de wachtpost die zijn post niet
mocht verlaten, om twee
handgranaten te halen uit de
bunker die op het erf stond van
buurman boer D.de Graaf. Toen ik,
bij de bunker aangekomen, vroeg
om de granaten kreeg ik ze zonder
problemen mee. Aangekomen bij de
brug overhandigde ik de
steelhandgranaten aan de wacht.
Die liet mij daarna uitvoerig
zien hoe de granaat tot
ontploffing werd gebracht. Eerst
moest er een dop worden
afgeschroefd, waardoor werd een
witte porseleinen ring zichtbaar
werd, die verbonden was aan het
ontstekingsmechanisme. Vervolgens
moest een draad worden verbonden
met de ontsteking. Gelijktijdig
moest aan de ring worden
getrokken en ook de handgranaat
weggegooid, het kanaal in, waar
deze ontplofte.
Ik vraag mij nu wel eens af, wat
er zou zijn gebeurd als ik een
hoge Duitse officier was tegen
gekomen als jongen van 9 jaar die
met handgranaten loopt. |
|
Ontsporing
goederentrein bij Koegras spoorbrug, 17
januari '45. |
Hoewel
de spoorwegstaking nog steeds van
kracht was reed er toch af en toe
een trein.
Bij het passeren van een trein
was de spoorbrug niet weer goed
dicht gedraaid. Er was vergeten
het draaibare gedeelte op gelijke
hoogte te brengen als het vaste
deel op de wal. Volgens de
wachtpost, een soldaat die
afkomstig was van het Oostfront,
kon geen kwaad. Er zou toch geen
een trein komen,
echter er kwam wel een trein, een
goederentrein. Door het verschil
in hoogte van de baanvlakken van
de vaste wal en de spoorbrug
ontspoorde de trein. Een gedeelte
van de trein kwam over de
brugleuning van de brug terecht.
Met een drijvende bok werd de
locomotief weer van de brugrand
verwijderd.
s'Avonds kregen we te horen dat
er kolen te halen waren uit de
ontspoorde trein. Mijn broer Cor
heeft toen 7 zakken kolen
thuisgebracht waardoor we
voorlopig weer konden stoken. |
|
Busstop
door blindganger bij de Basculebrug
(nu Burgemeester Visserbrug) |

De
Basculebrug |
|
Naast
de trein was er ook een busdienst
van en naar Den Helder. Tijdens
een kort verblijf van ons in Den
Helder vond er een bombardement
plaats op de werf, Helaas vielen
er ook bommen op andere delen van
de stad die dicht bij de haven
lagen. Toen we per bus terug
gingen naar Koegras moest deze
stoppen bij de bascuulbrug. Aan
de overkant van de brug was een
bom gevallen die niet was
ontploft, een blindganger.
Eventuele trillingen van de bus
zou de bom tot ontploffing kunnen
brengen. Wij moesten uitstappen
en te voet de brug over langs de
bom. De chauffeur reed daarna de
bus over de brug. waarna we weer
konden instappen en de busreis
vervolgen. |
|
Het
bombardement, 24 januari 1945 |
Het
was zaterdag 24 januari 1945.
Eigenlijk zou mijn broer Cor op
die dag de schapen hoeden voor de
noodslachter de Hoop maar had er
geen zin in en zei dat hij zelf
maar op zijn schapen moest
passen. Dat werd hem niet in dank
afgenomen. De Hoop wenste dat Cor
maar een bom op zijn hoofd zou
moeten krijgen. Hij kon toen niet
weten dat diezelfde dag die wens
bijna in vervulling zou gaan.
Op die dag waren wij bonen aan
het dorsen bij ons op de zolder.
De verzamelde peulen werden in
een jute zak gedaan en we sloegen
vervolgens om beurten met een
stok op de zak zodat de bonen
vrij kwamen. Moeder was bezig met
het eten voor de zondag,
erwtensoep met pudding toe . Dat
was voor de verjaardag van zus
Nel die 11 jaar zou worden. In de
ochtend loeiden onophoudelijk de
sirenes. We waren inmiddels wel
wat gewend, maar zo vaak was voor
ons ook vreemd. We zeiden ook
tegen elkaar, er gebeurd vandaag
vast wat. Toen we klaar waren met
dorsen gingen we eten, waarna ik
mijn vertier buiten ging zoeken.
Ik was nog niet goed en wel
buiten of de sirenes begonnen
opnieuw te loeien en zag ik drie
Spitfires aan komen aanvliegen.
Ik bleef een tijdje naar de
vliegtuigen kijken, waarna ik ben
doorgelopen tot het meest rechtse
huis op de foto waar de
fam.Zeeman woonde. Plotseling
hoorde ik enorme ontploffingen en
daarboven uit het geratel van een
machinegeweer dat naast ons huis
stond opgesteld. Ik liet me plat
op de grond vallen en daarna,
tussen de ontploffingen door, ben
ik het hoekhuis rechts
binnengevlucht.
Zo gauw ik niets meer hoorde ben
ik snel naar huis gelopen,
halverwege zag ik al dat ons huis
door bommen was getroffen. Enige
ogenblik later zag ik mijn
moeder, mijn broer en mijn zuster
het huis uit komen en gezamenlijk
vluchten wij zo ver mogelijk van
de plaats des onheils.
Het bombardement was gericht de
spoorbrug met als doel de
Duitsers het terug trekken via de
trein te belemmeren. Helaas lag
ons huis precies in de
aanvliegroute naar de brug.
Er waren zes brisantbommen
afgegooid waarvan er twee bij
onze keuken zijn terecht gekomen,
De andere vier bommen zijn in het
water beland zonder de brug te
beschadigen.
Cor, die het gieren van de
vliegtuigen in duikvlucht hoorde,
had moeder net op tijd uit de
keuken getrokken. Door het
bombardement was ons huis
onbewoonbaar geworden. We moesten
op zoek naar een andere woning.
Familie Krouwel die in een
boerderij vlakbij woonde gaf
uitkomst door aan ons hun
leegstaande kippenboet te
verhuren. De boet was al eerder
bewoond geweest door familie
Bogaerds die vanwege de oorlog
uit Den Helder waren gevlucht..
De kippenboet werd direkt opnieuw
bewoonbaar gemaakt, waardoor wij
al gauw een nieuwe slaapplaats
kregen. Toen het bombardement
voorbij was en wij uit het huis
ontvlucht waren, heeft iemand van
de gelegenheid gebruik gemaakt om
onze fietsen te stelen.
De zondag daarna aten we de snert
die moeder eerder had
klaargemaakt en die we nog hadden
kunnen redden uit de chaos.
Weliswaar vol met glas, maar
weggooien was er in de
hongerwinter niet bij en als
toetje volgde nog een puddinkje
waarvan we ook eerst nog stukken
glas moesten afvegen. |
|
4.
Steeds vaker luchtaanvallen |
 |
Steeds
vaker zag je Engelse vliegtuigen
die de omgeving afzochten naar
mogelijke Duitse doelen, zoals
legerwagens en militaire treinen.
Zo werd een Duitse legerwagen
ontdekt en beschoten. De
chauffeur stopte met de wagen
vlak voor ons oude spoorhuis,
sprong uit de wagen en dook er
onder. Hij overleefde de aanval,
maar was wel aan zijn oor
geraakt. Achteraf goed dat wij
niet meer in het spoorhuis
woonden, want het hele huis was
doorzeefd met kogelgaten. We
hadden dan vast minder geluk
gehad om er heelhuids uit te
komen.
Het volgende incident deed zich
voor met een trein komende vanuit
Den Helder waarin ik samen met
mijn moeder en zus zaten, Vlak
voor de halte Koegras doken er
jagers op de trein af. De trein
stopte toen niet bij de halte.
Pas na de brug kwam de trein tot
stilstand. Alle inzittenden
vlogen naar buiten en zochten
dekking achter de spoordijk.
Waarschijnlijk hadden de piloten
opgemerkt dat het een
passagierstrein was, de trein
werd niet beschoten en we kwamen
met de schrik vrij.
Luchtgevechten
Tijdens een hevig
luchtgevecht boven de boerderij
van Krouwel doken wij met z'n
drie�n onder een bed, maar of
dat geholpen zou hebben, dat denk
ik niet. Uit een dakgoot van een
schuur die bij de kippenboet
stond werden een dag later
projectielen gehaald. Gelukkig
hadden die geen schade
aangericht.
Je kon merken dat het voor
Duitsland met de oorlog slecht
ging. Dagelijks zag je eskaders
bommenwerpers overtrekken
richting Duitsland. Soms gebeurde
het wel eens dat twee vliegtuigen
elkaar raakten en neerstortten.
Om de Duitse radar, die in de
buurt stond, te storen werden er
strookjes zilverpapier uit de
vliegtuigen gegooid die naar
beneden dwarrelden. Ook kon je
horen en zien als er een V1 werd
afgeschoten richting Engeland,
dat ging niet altijd goed. Soms
ontplofte de vliegende bom al
vroegtijdig. |
|
Feestje
van de Graaf en de Hoop met bijna vatale
gevolgen maart 1945 |
Het
zal omstreeks middernacht geweest
zijn dat ik wakker schrok van
mitrailleurvuur, dat was niet
helemaal ongewoon, vliegtuigen
werden vaker beschoten,
regelmatig zag je dan dat een
vliegtuig gevangen zat tussen de
lichtstralen van zoeklichten die
op het weiland van D.de Graaf
stond. Het geratel hield al vrij
gauw op en ging ik weer slapen.
De volgende dag hoorden wij van
Cor wat er precies was
voorgevallen. De twee families de
Graaf en de Hoop, die bevriend
waren, hadden een gezellige avond
gehad die tot vrij laat in de
avond duurde. Het was spertijd en
dus mocht niemand zich meer
buiten op straat begeven, evenwel
moest de fam.de Hoop weer naar
huiswaarts vanwege hun kinderen.
Hun huis stond zich naast de
grasdrogerij misschien 500 meter
verder dan het Spoorbuurtje. Dirk
de Graaf besloot, om samen met
zijn vrouw, de fam.de Hoop naar
huis te brengen. Dat moest dan
wel via een sluipweg, want voor
het kapotte spoorhuis aan de
Rijksweg stond een wachtpost. Dus
achter het spoorhuis door de
tuinen naar het huis van de
fam.de Hoop.
Helaas werden zij ontdekt en
doordat zij niet werden herkend
door de wacht, werden zij
beschoten, gelukkig werden zij
niet door de kogels geraakt en
kwamen zij met de schrik vrij.
Wel vluchten zij ieder een andere
kant op, D.Graaf met de vrouw van
de Hoop naar de boerderij en de
andere twee zijn gevlucht naar
het huis van de Hoop.
Later hoorden wij dat Wilhelm
Ebel die op wacht had gestaan
blij was geweest dat hij niemand
geraakt had. |
|
Opstand
van Georgi�rs op Texel april
1945 |
De
Georgi�rs op Texel die gedwongen
in Duitse dienst waren kwamen in
opstand tegen hun broodheer. In
allerijl werden er Duitse troepen
naar Texel gestuurd via de boot,
zo ook de Duitsers die om de
spoorbrug gelegerd waren. Toen de
opstand neergeslagen was, kwamen
de Duitsers weer terug op hun
post, maar niet allemaal, sommige
waren gedood. Het was er ruig aan
toe gegaan op Texel, Duitse
soldaten die levend in handen
waren gevallen van Georgi�r,
werden opgehangen aan een boom en
met een scheermes aan stukken
gesneden. Dat overkwam soldaat
Aarkats. Een andere soldaat,
Borst, sloeg overboord en
verdronk. |
|
Voedseldroppings |
Het werd
steeds moeilijker om aan eten te
komen in het westen. Vanuit
Geallieerde vliegtuigen werd
tegen het einde van de oorlog
voedsel gedropt op bepaalde
plaatsen in weilanden. Het
voedsel werd dan onder andere via
de scholen onder de leerlingen
verdeeld . Het voedselpakket
bevatte boter, brood, suiker
worstjes in blik, cornedbeef en
misschien nog meer. Helaas waren
wij op een dag dat voedsel werd
uitgedeeld niet op school.
Kinderen van een andere familie
namen het aan ons toegewezen
voedselpakket mee. Toen wij
eindelijk het pakket ontvingen
bleek het niet meer kompleet te
zijn, de boter was eruit
verdwenen. Later werden wij wel
door die familie gecompenseerd
met een stuk spek. |

Een
jongetje met peach jam van
gedropt voedsel |
|
5.
De capitulatie van de Duitsers mei 1945
en daarna |
Eindelijk
was het zover, 8 mei 1945,
Duitsland had gecapituleerd en we
werden bevrijd door de Canadezen
die in colonnes langs het kanaal
kwamen aanrijden. De bunkers
waren verlaten, maar voordat de
Duitsers vertrokken zag ik dat ze
veel munitie en wapens vanaf het
midden van de brug deponeerden in
het kanaal. De oudere jongens
hielden strooptochten en kwamen
met eierhandgranaten terug die ze
in het kanaal lieten ontploffen.
Ook ik met een vriendje gingen
kijken of er nog wat te halen
viel. In een bunker naast het
spoorhuis vonden we stapels gele
blokjes. In de veronderstelling
dat dit stukjes zeep waren namen
we er zoveel mogelijk van mee.
Thuis gekomen werden we door Cor
gauw uit de droom geholpen. Het
bleken geen stukjes zeep, maar
trotyl, bestemd voor de
ondermijning van de spoorbrug .
Wel hadden we plenty geweerkogels
die wij in papier wikkelden dat
we in brand staken, waarna we er
snel een emmer over zetten en
maakten dat we weg kwamen. De
kogels ontploften en de emmer was
daarna net een vergiet geworden.
Ook haalden wij de kogelpunt er
af en lieten het kruit er
uitlopen om daarna met een
spijker op het slaghoedje te
slaan. |

Jongens
speelden met
achtergebleven wapentuig
zoals granaten |
|
De
bunkers waar voorheen de Duitsers
inzaten, werden in bezit genomen
door de Canadezen.
Het kleine groepje Duitsers dat
was overgebleven trok langs de
spoorbaan naar Den Helder.
De Canadezen hadden volop voedsel
en lekkernijen. Vaak mochten wij
kinderen mee eten.
In het weiland werden lange
tafels neergezet volop met eten
waarvan wij mochten smullen.
Kauwgum, chocola en nog veel meer
lekkernijen die we in lange tijd
niet meer geproefd hadden,
kregen we volop van de Canadezen.
De school, aan de Lange Vliet die
door de Duitsers als
ziekenhuis was gebruikt werd weer
als school ingericht en konden de
leerlingen daar hun lessen
weer vervolgen. Al met al was je
toch een paar jaar achterop
geraakt
In de zomer van 1945 vertrokken
wij naar Den Helder om daar te
gaan wonen.
|
Met
een optocht werd in
Julianadorp en Het
Koegras de bevrijding
uitbundig gevierd. |

In
de optocht, kinderen op
de "Vredes
Ford" van Maarten
Smit, garagehouder aan de
Blauwe Keet |
|
|
Nawoord. |
Dit
is het verhaal van Willem
Wulfell� over zijn
belevenissen, als
4 tot 9 jarige jongen,
tijdens de Tweede Wereld
Oorlog 1940-1945,
toen hij woonde aan de
Rijksweg bij de
Koegras-Spoorbrug.
Dat zijn broer Thijs
overleed bij
tewerkstelling in WO II
in een
Duits Werkkamp was niet
algemeen bekend in
Julianadorp.
Het verhaal is door
P.Sieswerda geredigeerd
voor de website
Julianadorp Parel van de
kop. www.julianadorp-parelvandekop.nl
email:... parelvandekop@debvj.nl |
|
|
|
|
|
|