...Julianadorp en Het Koegras van 1939 tot 1945
Tweede Wereldoorlog 1940 - 1945 aan de Rijksweg in Het Koegras
Verhaal van Willem Wulffelť, die bij de uitbraak van de oorlog 4 jaar oud was.
Een korte kennismaking met de schrijver.
Willem Wulffelť, woonde tijdens de oorlogsjaren in het spoorhuis bij, de toen nog in gebruik zijnde, treinhalte Koegras. Hij was de jongste zoon van de fam.Wulffelť. Het gezin bestond uit zes kinderen, vier jongens en twee meisjes; Matthijs, Johanna, Jan, Cor, Nel en Willem. Jan, Cor en Johanna woonden in Den Helder waar ze naar het vervolg onderwijs gingen. Eerder woonde het gezin in het huizenrijtje links van de spoorbrug waar later de fam.Roos woonde. Willem was vier jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hierna volgt zijn verhaal.

Koegras Spoorbrug met aan beide kanten van het Noord-Hollandskanaal bebouwing
.
1. Mobilisatie en oorlog in Koegras.
De mobisatie van het Nederlandse leger
Mijn eerste kennismaking met de oorlog was de mobilisatie van het Nederlandse leger waarbij Nederlandse soldaten werden inge- kwartierd in ons huis. Links van ons huis bouwden de soldaten een simpele kazemat, van hout zand en plaggen. Van daaruit kon de Rijksweg naar Alkmaar onder schot worden gehouden. Echter daarvoor heeft de kazemat nooit dienst gedaan. Wij als kinderen namen het bouwsel al gauw in gebruik als onze speel- hut. De schuur achter ons huis stond vol met klein geschut wat ik nog niet heb kunnen iden- tificeren, ik weet nu nog wel hoe dat eruit zag.
Nederlandse militairen tijdens de mobilsatie
Op een dag was het snertdag voor de soldaten. Een grote pan snert, waarin veel dobbelsteentjes spek dreven, werd naar binnen gedragen. Toen na het eten bleek dat er nog veel snert over was werd dat zonder veel plichtplegingen in het kanaal gekieperd.
Zo ging het later ook met munitie die eveneens in het kanaal werden gedumpt. Als jongens hebben we later nog een munitiekist uit het kanaal gevist

Het uitbreken van de oorlog
In Koegras zijn bij het uitbreken van de oorlog geen gevechten op de grond geweest,daarentegen waren er wel veel luchtgevechten dat was voor ons nieuw en sensationeel. Wij realiseerden ons niet welk gevaar wij liepen door naar buiten te gaan en er naar te gaan kijken terwijl de gevechten boven ons hoofd afspeelden.
Vanaf de hoge spoordijk waar wij stonden hebben we de aanvallen van de stuka's op Vliegkamp de Kooi goed kunnen volgen. Een tijd later, na een bombardement op het vliegveld, zagen we mensen langs de spoorbaan naar ons toekomen. Eťn daarvan was gewond aan het hoofd. Dat was toch wel heel eng om te zien.
Na een zwaar bombardement op den Helder zagen wij vanuit ons huis de stad rondom in de brand staan. Aan de ene kant vonden we dat fascinerend maar aan de andere kant zeer beangstigend. Vaak hoorde je ook het gehuil van een sirene en dan wist je dat er iets ging gebeuren. Het maandelijkse proefdraaien van sirenes van het luchtalarm geeft me, met het terugdenken aan de oorlogtijd, nog steeds een onaangenaam gevoel.

Toen Nederland zich had overgegeven kwamen over de Rijksweg langs het kanaal de Duitsers in legerwagens aangereden richting Den Helder. Wij stonden langs de weg en zagen in de open legerwagens, opgewekte, vrolijke soldaten, die vanaf de wagens sinaasappels over de weg naar ons toerolden
.

Het huis(rechts) waar Willem Wulffelť kort heeft gewoond, met (links) de boerderij van Krouwel
2. De bezetting en de schooljaren in Julianadorp
De bezetting
Van de bezetting was bij de spoorbrug over het kanaal eerst niet veel te merken. Ik had een tuintje aan de linker kant van ons huis waar ik erwtjes had geplant die net waren ontkiemd en waarvan de zaadlobjes al boven de grond kwamen. Toen ik op een dag in het tuintje bezig was kwamen daar ook een aantal Duitse officieren met Nederlanders, die naar later bleken aannemers waren. Ze liepen dwars door mijn tuin en vernielden de nog jonge plantjes, ik was furieus, maar daar trokken ze zich niets van aan.
Toen al gauw daarna arbeiders, TODt lui, kwamen, werd duidelijk wat de bedoeling was. Onze hele zij-tuin werd overhoop gehaald en zo'n vier meter vanaf ons huis werd met de bouw van een bunker begonnen. Een manschappen bunker voor zes man met een afdak voor een geschut en een schuilkelder. De bunker kwam precies op de plaats waar eerst onze tuin was. Ook de waterput die op de tuin stond moest het ontgelden.
In eerste instantie hadden de soldaten het geschut in onze achtertuin geplaatst waar de spoorsloot vanuit Den Helder eindigt, maar al heel gauw is het geschut weggehaald en weer in de bunker gezet. Het geschut heeft daarna, gedurende de hele oorlog, geen dienst meer gedaan.
Langzamerhand leerden wij onze nieuwe buren kennen, soldaten van de weermacht,
Wilhelm Ebel, Borst, Kassie een nazi, Aarkats en nog een paar andere soldaten.
Gedurende de hele oorlog hadden wij veel mensen in huis, vluchtelingen uit Den Helder en werklui die voor de Duitsers werkten. Wij kinderen sliepen dan vaak, bij gebrek aan slaapruimte, in de woonkamer op stoelen. Aan de overkant van het kanaal ,aan weerskanten van de spoorbrug, op de Koegrasdijk verrezen ook manschappen bunkers. Ook in de schuur van Dirk de Graaf. werd een bunker gebouwd. Wat later in de oorlog werd voor ons huis een wachthokje geplaatst, een controlepost.

Buurtschap de Blauwe Keet aan de Rijksweg, in 1989 gesloopt vanwege verbreding van de weg.
.
De schooljaren
September 1942 gingen wij, mijn zus die een jaar ouder was en ik, voor het eerst naar de lagere school in Julianadorp. s' Winters met de schoolbus en de andere maanden lopend of als je een fiets had met de fiets, hoewel dat een riskante zaak was met de fietsrazzia's. Meestal liep je met een heel stel kinderen uit de buurt naar school. We liepen dan langs de Blauwe Keet, langs mijnenvelden en bunkers via de Schoolweg naar Julianadorp. Aan de schoolweg woonde een kapper waar we ons haar lieten knippen als het nodig was en wat verderop een winkel waar je terecht kon voor school attributen

Loopuytpark met op de hoek in de winkeldeur kapper Weidema
We kregen les in de kerk waar wij met verschillende klassen gehuisvest waren, daar kregen we in de eerste klas les van juffrouw Swantjes. Het schoolgebouw in Julianadorp was door de Duitsers in beslag genomen en werd als hospitaal gebruikt.
Een voorval dat wij meemaakten is mij altijd bijgebleven. Op een dag tijdens een pauze toen wij buiten speelden kwam een open legerwagen vol met Duitsers die hun wapens leegschoten op de schoolweg. Wij schrokken enorm en iedereen vluchtte de kerk binnen. Inplaats dat ik de andere kinderen volgde naar de kerk, liep ik meer naar de schietende soldaten toe. Niet dat ik in paniek was, maar omdat daar bij ťťn van de huizen aan de linkerkant van het plein een ommuurd tuintje was, waarachter ik mij kon verschuilen. Later heb ik nog naar dat muurtje gezocht maar er is veel veranderd in Julianadorp.
Zover ik weet zijn er bij dat schietincident geen slachtoffers gevallen.
Na de kerk kregen wij les in een kerkje aan de Lange Vliet, iets verder dan het huis van dokter Swaters. Het kerkje stond als het klompenschooltje bekend. Ook hier kregen we les van juffrouw Swantjes in de derde klas. Aan de muur van het huis van dokter Swaters was een houten kastje geplaatst waar je de medicijnen kon pakken die de dokter had voorgeschreven .
Op een middag tijdens het speelkwartier zagen wij een zwarte rookwolk in de buurt van de spoorbrug en omdat wij daar vlakbij woonden waren wij, mijn zus en ik, bang dat er bij ons iets gebeurd zou zijn. Maar thuisgekomen bleek het huis nog in orde, de rook was veroorzaakt door een brandende hooiberg van de fam. Crouwel. Deze was bij het spelen met lucifers bij de hooiberg door twee jongens ,Teerke de Hoop en Otto Roos, in brand geraakt. Helaas stond onder de hooiberg een auto van Crouwel, verstopt voor de Duitsers.

De hervormde kerk, nu de PKF Ontmoetingskerk, die in de oorlog ook werd gebruikt voor noodschool
.
3. Het leven met en tussen de Duitsers bij de spoorbrug
De eerste oorlogsjaren verliepen vrij rustig en het gewone leven hernam zijn normale gang. We hadden nu Duitse soldaten als buren, maar ze gaven geen last, wel kwamen ze af en toe een emmer water halen. We misten onze zijtuin,die door de bezetter was ingepikt, maar over de spoorlijn tot bijna aan het spoorbuurtje hadden wij nog een vrij lange tuin langs het fietspad, waar groente werd gekweekt en later ook nog tabaksplanten waar veel behoefte aan was.
Bunkers aan de Rijksweg achter Dirk de Graaf,
die inmiddels zijn gesloopt.
Voedsel werd schaarser
Naar gelang de oorlog verstreek werd het voedsel schaarser en alles was op de bon. Melk en eieren haalden wij bij de boer, Dirk de Graaf (onze buurman). De melk lieten wij een tijdje staan zodat er een dikke laag room op kwam. Met een melkfles karnden wij daarna de room tot boter.
Het laatste jaar van de oorlog werd het eten voor ons ook schaars. Je kon, op de bon, nog erwten en eierpoeder kopen. Gelukkig hadden wij nog een tuin die mijn broer Thijs onderhield, zodat wij ons nog redelijk konden redden.
Graan kochten wij ook bij boer Dirk de Graaf. Met een grote koffiemolen, die ook wel in winkels werd gebruikt, moest ik het graan malen, een oervervelend baantje. Van het meel werd brood gebakken of er werd pap van gekookt. Door het gevormde meel te laten stomen maakte mijn moeder ook wel roggebrood. Het was lekker maar je raakte er wel van aan de schijterij. Wij kochten ook wel brood van de bakker, regeringsbrood, maar dat was door het gebruik van vulstoffen niet erg voedzaam.

winkel-koffiemolen
En dan de befaamde suikerbieten in het laatste oorlogsjaar. De bieten werden eerst geraspt waarna het sap er werd uitgeperst. Door vervolgens het sap in te dikken kreeg je bietenstroop dat we gebruikten als broodbeleg. Van het residu, na het persen, werden koekjes gemaakt, die eerst in meel werden gerold en daarna gebakken.
Soms kregen we van de Duitsers brood, dat was kuch, het smaakte een beetje zurig maar was toch wel lekker. Zeep was ook schaars. Het werd vervangen door een soort zeep dat wij kleizeep noemden.
Elektriciteit werd afgesloten en zoektocht naar brandstof
In de loop van de oorlog werd ook de elektrische stroom uitgeschakeld en moesten wij ons behelpen met licht van een kaars of maakten we licht met een potje reuzel met een lont zodat je toch, al was het niet veel, wat licht had. Ook met een fiets, als die nog niet gevorderd was, brachten we wat licht in de duisternis. We moesten dan wel de dynamo tegen de achterband aanzetten en met de trappers het achterwiel in de rondte draaien. Bij dit alles moest je wel zorgen dat de ramen goed verduisterd waren waardoor er geen lichtstraaltje naar buiten zichtbaar was. Het verduisteren van de ramen was een verordening van de bezetter die het daardoor de geallieerde vliegers moeilijk maakten om zich te oriŽnteren
Onze naaste buren, Duitse soldaten, hadden wel een alternatief om ons aan stroom te helpen. Ze spanden een stroomkabeltje van de bunker naar ons huis en sloten dat aan op hun lichtnet zodat wij toch weer licht in de duisternis kregen. Het was verbonden aan een voorwaarde. Mochten hoge Duitse officieren in de buurt komen dan moest de kabel zo gauw worden weggehaald.
Doordat ook de kolen schaars werden moesten we op hout overschakelen, voor zover dat voorhanden was. Oude bielzen van de spoorlijn die vervangen waren werden met een trekzaag in stukken gezaagd. Als wij nog kolengruis over hadden maakten wij van natte kranten, vermengd met het gruis, er min of meer ronde ballen van. Je kreeg daarvan wat langer warmte dan van papier alleen.
Regelmatig wachtte ik de trein op tot hij stopte en vroeg dan om een emmertje kolen. Meestal werd mijn emmertje dan gevuld en konden wij weer een even de kachel stoken.Het is ook een keer gebeurd dat ze mij geen kolen wilden geven terwijl ook een Duitse soldaat ook op het perron stond. Op zijn bevel werd toen toch nog mijn emmertje met kolen gevuld.
Soms zochten wij langs de spoorbaan naar kolen die van de tender waren afgevallen, maar dat leverde meestal niet veel op.

Deze stoomtrein reed tot 1955 op het spoor door Het Koegras van Den Helder naar Amsterdam vv.
Verzet
De enige verzetsdaad die ik heb verricht was een schildwacht die voor ons huis stond, met sneeuwballen te bekogelen. Dat werd me niet in dank afgenomen en ik moest maken dat ik weg kwam. Gelukkig kon mijn moeder de wachtpost kalmeren met een lekker kopje koffie en kwam ik er zonder kleerscheuren er van af.

.
Een arrestatie

Op een avond moest ik wegens ruimte gebrek in de voorkamer slapen. Het was al spertijd, maar ik was nog klaar wakker toen ik een luid geschreeuw hoorde. Over de spoorbrug kwam een Feldwebel aanlopen die een man met een jute zak aanhield die langs ons huis liep. De Feldwebel, in zijn burgerleven drogist, zwaaide met zijn pistool en arresteerde hem. De volgende dag hoorde ik dat de man, Joop de Hoop, s'avonds probeerde een radio te vervoeren. Wat er verder met Joop is gebeurd weet ik niet, maar ik heb hem daarna niet meer gezien.

..
Huiszoeking en Piet Spek
Op een keer toen mijn broer Cor en ik terug kwamen van het bollenpellen was er bij ons huiszoeking geweest en was alles overhoop gehaald. Het waren Duitsers van een speciale eenheid die niet bij ons gelegerd waren, wat de reden van de huiszoeking was is niet bekend. Wel hadden wij iemand in huis, Piet Spek, die bij de spoorwegen werkte en later bleek dat hij bij de Binnenlandse Strijdkrachten zat. Het was al eerder opgevallen dat Piet Spek iets te verbergen had. We zaten aan de keukentafel te eten, toen wij een Duitse soldaat langs de keukenramen zagen lopen en naar binnenkwam om een emmer water te halen. De soldaat (Kassi een nazie) kwam de keuken in. Piet Spek stond op en ging achter de geopende keukendeur staan en terwijl de soldaat naar de aanrecht liep die die aan de andere kant in de keuken stond, glipte Piet Spek ongezien uit de keuken naar buiten.
Dat was wel even spannend.
Vliegtuig crashes

Een vliegtuigcrash, de locatie waar deze foto is gemaakt is niet bekend,
Vliegtuigcrash 1
Na het eten ging ik naar buiten om naar mijn vrienden te gaan, ik was net de spoorlijn bij de Rijksweg overgestoken of daar kwam heel laag over het land vanuit de richting Noordzee een groot viermotorig vliegtuig (waarschijnlijk een Lancaster)recht op mij af. Op dat moment stond ik links van de foto. Met spanning keek ik er naar, maar even voor de bocht van de spoorlijn crashte het vliegtuig. Als het punt, waar ik stond langs de spoorlijn zou doortrekken dan kom ik precies uit op het kruispunt Lange Vliet en de Nieuwe Weg. Ergens op die lijn voor de spoorbaan is het vliegtuig gecrasht. Jongens uit de buurt van de rijksweg zijn er nog naar toe gegaan en hebben nog souvenirs van het vliegtuig meegenomen.

.
Vliegtuigcrash 2
Nog een vliegtuigcrash, wat minder bekend, zittend aan de keukentafel zagen wij door het zijraam een vliegtuig recht op ons huis afkomen, waarschijnlijk een aangeschoten Duitse jager, komende uit de richting van Breezand. Tijd om te vluchten was er niet, maar gelukkig scheerde het vliegtuig over ons huis en crashte zo'n 75 meter achter ons huis op een stuk land van Dirk de graaf.(zie foto).
Wij er meteen op af, maar en zagen de piloot achter een mitrailleur in het vliegtuig zitten, levend wel te verstaan. Door onbekende soldaten werden wij tegen gehouden en weggestuurd. Het vliegtuig werd nog dezelfde week afgevoerd.
Onderduikers en razzia
Onderduikers
Mijn oudste broer Thijs was ondergedoken om dwangarbeid naar Duitsland te ontlopen. Hij bleef wel gewoon bij ons wonen wat geen problemen gaf met de Duitse soldaten naast ons, ook ging hij gewoon naar zijn werk in Breezand bij de Fa. kaptein een bollenkweker.


Razzia
Mijn andere broer Jan had niet het geluk dat hij kon onderduiken en werd vanuit Den Helder met de trein naar Duitsland vervoerd. We konden hem nog gedag zwaaien toen hij in de trein van uit Den Helder halte Koegras passeerde. Na de oorlog kwam hij gelukkig weer thuis.
Mijn broer Cor, 17 jaar, werd in 'oktober '44 tegelijk met onze oudste zus Jo opgepakt in Den Helder. Mijn zus moest aardappelen schillen en Cor zou naar Duitsland vervoerd worden,
hetgeen op het laatste moment niet doorging. Lees hieronder het verhaal van Cor.
De door Cor Wulffelť geschreven brief van zijn arrestatie door de Duitsers
Aankomst in Den Helder om 07.45 vanuit ons huis halte Koegras. De Feldgendarmerie stond de passagiers op het station op te wachten. Wie voor de Wehrmacht werkte op de Rijkswerf mocht doorgaan, de overigen werden hun ausweis afgepakt en afgevoerd naar de Ortscommandantur te Gravenstraat.
De burgers die bij het station stonden te wachten, wisten kennelijk al van de razzia af, ook mijn 8 jaar oudere zuster zuster Jo was daar en gaf mij in niet mis te verstane termen aan, dat ik thuis had moeten blijven in Koegras.
Later liepen deze burgers mee tot aan het begin van de Gravenstraat, alwaar een Duitse wachtpost hen tegen hield. Het aantal mensen mensen, wachtende voor de ingang van het Ortscommantur- gebouw, waar hun papieren en eventueel hun ausweis werden ingenomen, bedroeg ca.40 a 50 mensen, een ruwe schatting. Een aantal daarvan kon ontsnappen, toen zij merkten, dat de deur van het huis naast het Ortscommanturgebouw niet op slot was, zodat zij daar een dankbaar gebruik van maakten.

Toen de Duitsers merkten dat de grote groep wachtenden kleiner werd kwam er ook een post bij de ingang te staan maar of zij de vluchtweg ontdekt hadden, weet ik niet meer.
Bij de Ortscommandant werd mijn ausweis ingenomen, ik moest naar Duitsland zoals vele anderen. Mijn zus Jo , die was blijven wachten op de hoek spoorstraat/ Gravenstraat werd ook opgepakt en moest aardappelen schillen voor de weermacht. Zij maakte toen duidelijk dat thuis een 3 jarig zoontje op haar wachtte en haar broer op het punt stond om naar Duitsland te worden afgevoerd. Zij werd toen met een flinke schrobbering weggestuurd om wat brood en een deken voor mij te halen. Zij moest daarvoor wel naar het spoorhuis in Koegras, op een fiets zonder banden, waar haar moeder woonde.

De personen waarvan de papieren waren afgenomen werden onder bewaking afgemarcheerd naar de wachtkamer van het station. Bij de ingang en de deur van de toiletten en de deur welke toegang gaf tot het perron kwam een wachtpost te staan.
Om ongeveer 15.00 uur werd er eten gebracht uit de gaarkeuken. Echtgenotes, verloofdes, vaders en moeders mochten afscheid komen nemen. Dhr. Cornoelje, wiens vrouw met een baby in een kinderwagen kwam, maakte van de gelegenheid gebruik om er van door te gaan.
Later blufte hij toen hij weer opgepakt was, dat hij afscheid genomen had van zijn zoon. Er kwam een Spies(adjudant) , mank, die altijd op een fiets met een hond naast zich door de stad reed. De spies vroeg hoe het eten gesmaakt had en liep vervolgens tussen de mensen door en bleef voor mij staan. De Spies vroeg hoe oud ik was, waarop ik zei dat ik net 17 jaar was geworden, waarop hij zich verwijderde. De naam van de Spies was Georg Weichelt uit Hamburg.
Na een goed kwartier kwam hij weer terug en vroeg aan de mensen wo der junge war. De oudere mensen wezen op mij, ik moest met hem mee en op het perron werden mij vele vragen gesteld, over mijn ouders, broers en zussen. Ik vertelde over trennung eltern, Kz van mijn broer Thijs en over mijn broer Jan in het Arbeiders- Erziehungslager etc.
Daarop nam hij mij mee naar de Ortscommandant persoonlijk. De Spies was boos en sloeg met zijn vuist op het bureau, mijn papieren werden teruggeven en als ik weer zou worden opgepakt moest Feldwebel Taucher worden gewaarschuwd. Ik mocht niet naar Duitsland worden gestuurd.
Om17.15 stapte ik halte Koegras uit de trein waar mijn moeder met Nel en Wim stonden om mij nog even te zien voordat ik naar Duitsland afgevoerd zou worden.
Groot was hun blijdschap toen zij hoorden dat dat niet hoefde en ik gewoon weer vrij was.
.
Broer Thijs opgepakt en overleden in Duits werkkamp
Mijn broer Thijs werd eind juli '44 opgepakt bij een controle op de afsluitdijk. Samen met een vriend ,Jan Miltenburg een evacuee uit Den Helder die ook bij ons woonde, wilde hij naar Friesland maar kwamen niet verder dan Kornwederzand. Thijs werd onmiddellijk op transport gezet naar het kamp Amersfoort. Jan Miltenburg ontsprong de dans en kwam weer gewoon thuis met de volgende woorden; ”Het is gebeurd ze hebben Thijs opgepakt”. Het is voor mij nog steeds een raadsel waarom Jan niet is opgepakt.
Na een kort verblijf werd Thijs vanuit het kamp Amersfoort doorgestuurd naar het concentratiekamp kz. Neuengamme bij Hamburg. Hij werd daar tewerkgesteld in een werkkamp kz.Husum-Schwesing bij de Deense grens om 4 meter diepe tankgrachten te graven tegen landingen van de geallieerden die volgens de verwachting van de Duitsers via Denemarken zouden binnenvallen. Vanuit het werkkamp moesten de gevangenen, in de herfst, 20 km lopen onder slechte weersomstandigheden en slechts gekleed in dunne gevangeniskleding. Velen stierven op weg naar hun werk door ziekte en mishandeling. In dit kamp zaten ook de mannen die uit Putten waren weggevoerd, waarvan slechts enkele zijn terug gekomen.
Thijs heeft het twee maanden volgehouden, toen bezweek hij aan dysenterie waaraan de meeste
gevangenen daar in het werkkamp stierven. Thijs stierf op een leeftijd van 22 jaar.
Mijn broer Thijs Wulffelť is na de oorlog herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen.
Oktober 1944
Na de traumatische gebeurtenissen van de afgelopen maanden was het de taak om met je leven door te gaan. Er moest brood op de plank komen, nu mijn broer Thijs in een Kz zat kon hij de tuin niet meer onderhouden. Cor bleef na de razzia in Den Helder in Koegras bij zijn moeder. Hij werkte bij boer Dirk de Graaf aan de Rijksweg. Ook paste hij wel eens op de schapen van noodslachter de Hoop. Om bij de schapen te komen moest hij via de Kooi over de vlotbrug naar de overkant van het Balgzandkanaal. Soms ging ik met hem mee en dan vonden wij wel eens zwemvesten die waarschijnlijk afkomstig waren van bemanning van vliegtuigen die waren neergestort. Wegens de voortdurende luchtaanvallen van de geallieerden werden de scholen in Den Helder gesloten
De hongerwinter 1944/1945
De winter was aangebroken. November 1944 begon het s ‘nachts al te vriezen dat in januari 1945 uitliep op strenge vorst. Er heerste grote hongersnood in het westen van Nederland, die mede veroorzaakt werd door de spoorwegstaking, uitgeroepen op 17 september '44.
Soms zag je groepjes mensen die om voedsel bedelden langs ons huis voorbij komen. Mijn moeder gaf ze wel eens een boterham, maar we hadden zelf ook al niet veel te eten. WŪj konden nog wel bij de boer terecht voor graan en melk, Cor die bij de boer werkte kwam af en toe thuis met eieren en zelfs een keer met een speenvarken.
Om de voedselvoorraad aan te vullen gingen we vaak vissen. Soms hielpen de Duitsers daarbij, door vanaf de spoorbrug een handgranaat in het kanaal te gooien. Dan was het uitkijken naar de vissen die boven kwamen drijven zodat je ze gemakkelijk kon pakken.
Ik werd een keer weggestuurd door de wachtpost die zijn post niet mocht verlaten, om twee handgranaten te halen uit de bunker die op het erf stond van buurman boer D.de Graaf. Toen ik, bij de bunker aangekomen, vroeg om de granaten kreeg ik ze zonder problemen mee. Aangekomen bij de brug overhandigde ik de steelhandgranaten aan de wacht. Die liet mij daarna uitvoerig zien hoe de granaat tot ontploffing werd gebracht. Eerst moest er een dop worden afgeschroefd, waardoor werd een witte porseleinen ring zichtbaar werd, die verbonden was aan het ontstekingsmechanisme. Vervolgens moest een draad worden verbonden met de ontsteking. Gelijktijdig moest aan de ring worden getrokken en ook de handgranaat weggegooid, het kanaal in, waar deze ontplofte.
Ik vraag mij nu wel eens af, wat er zou zijn gebeurd als ik een hoge Duitse officier was tegen gekomen als jongen van 9 jaar die met handgranaten loopt.
Ontsporing goederentrein bij Koegras spoorbrug, 17 januari '45.
Hoewel de spoorwegstaking nog steeds van kracht was reed er toch af en toe een trein.
Bij het passeren van een trein was de spoorbrug niet weer goed dicht gedraaid. Er was vergeten het draaibare gedeelte op gelijke hoogte te brengen als het vaste deel op de wal. Volgens de wachtpost, een soldaat die afkomstig was van het Oostfront, kon geen kwaad. Er zou toch geen een trein komen,
echter er kwam wel een trein, een goederentrein. Door het verschil in hoogte van de baanvlakken van de vaste wal en de spoorbrug ontspoorde de trein. Een gedeelte van de trein kwam over de brugleuning van de brug terecht. Met een drijvende bok werd de locomotief weer van de brugrand verwijderd.
s'Avonds kregen we te horen dat er kolen te halen waren uit de ontspoorde trein. Mijn broer Cor heeft toen 7 zakken kolen thuisgebracht waardoor we voorlopig weer konden stoken.
Busstop door blindganger bij de Basculebrug (nu Burgemeester Visserbrug)

De Basculebrug
Naast de trein was er ook een busdienst van en naar Den Helder. Tijdens een kort verblijf van ons in Den Helder vond er een bombardement plaats op de werf, Helaas vielen er ook bommen op andere delen van de stad die dicht bij de haven lagen. Toen we per bus terug gingen naar Koegras moest deze stoppen bij de bascuulbrug. Aan de overkant van de brug was een bom gevallen die niet was ontploft, een blindganger. Eventuele trillingen van de bus zou de bom tot ontploffing kunnen brengen. Wij moesten uitstappen en te voet de brug over langs de bom. De chauffeur reed daarna de bus over de brug. waarna we weer konden instappen en de busreis vervolgen.
Het bombardement, 24 januari 1945
Het was zaterdag 24 januari 1945. Eigenlijk zou mijn broer Cor op die dag de schapen hoeden voor de noodslachter de Hoop maar had er geen zin in en zei dat hij zelf maar op zijn schapen moest passen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. De Hoop wenste dat Cor maar een bom op zijn hoofd zou moeten krijgen. Hij kon toen niet weten dat diezelfde dag die wens bijna in vervulling zou gaan.

Op die dag waren wij bonen aan het dorsen bij ons op de zolder. De verzamelde peulen werden in een jute zak gedaan en we sloegen vervolgens om beurten met een stok op de zak zodat de bonen vrij kwamen. Moeder was bezig met het eten voor de zondag, erwtensoep met pudding toe . Dat was voor de verjaardag van zus Nel die 11 jaar zou worden. In de ochtend loeiden onophoudelijk de sirenes. We waren inmiddels wel wat gewend, maar zo vaak was voor ons ook vreemd. We zeiden ook tegen elkaar, er gebeurd vandaag vast wat. Toen we klaar waren met dorsen gingen we eten, waarna ik mijn vertier buiten ging zoeken. Ik was nog niet goed en wel buiten of de sirenes begonnen opnieuw te loeien en zag ik drie Spitfires aan komen aanvliegen.

Ik bleef een tijdje naar de vliegtuigen kijken, waarna ik ben doorgelopen tot het meest rechtse huis op de foto waar de fam.Zeeman woonde. Plotseling hoorde ik enorme ontploffingen en daarboven uit het geratel van een machinegeweer dat naast ons huis stond opgesteld. Ik liet me plat op de grond vallen en daarna, tussen de ontploffingen door, ben ik het hoekhuis rechts binnengevlucht.

Zo gauw ik niets meer hoorde ben ik snel naar huis gelopen, halverwege zag ik al dat ons huis door bommen was getroffen. Enige ogenblik later zag ik mijn moeder, mijn broer en mijn zuster het huis uit komen en gezamenlijk vluchten wij zo ver mogelijk van de plaats des onheils.
Het bombardement was gericht de spoorbrug met als doel de Duitsers het terug trekken via de trein te belemmeren. Helaas lag ons huis precies in de aanvliegroute naar de brug.
Er waren zes brisantbommen afgegooid waarvan er twee bij onze keuken zijn terecht gekomen,
De andere vier bommen zijn in het water beland zonder de brug te beschadigen.

Cor, die het gieren van de vliegtuigen in duikvlucht hoorde, had moeder net op tijd uit de keuken getrokken. Door het bombardement was ons huis onbewoonbaar geworden. We moesten op zoek naar een andere woning. Familie Krouwel die in een boerderij vlakbij woonde gaf uitkomst door aan ons hun leegstaande kippenboet te verhuren. De boet was al eerder bewoond geweest door familie Bogaerds die vanwege de oorlog uit Den Helder waren gevlucht..
De kippenboet werd direkt opnieuw bewoonbaar gemaakt, waardoor wij al gauw een nieuwe slaapplaats kregen. Toen het bombardement voorbij was en wij uit het huis ontvlucht waren, heeft iemand van de gelegenheid gebruik gemaakt om onze fietsen te stelen.
De zondag daarna aten we de snert die moeder eerder had klaargemaakt en die we nog hadden kunnen redden uit de chaos. Weliswaar vol met glas, maar weggooien was er in de hongerwinter niet bij en als toetje volgde nog een puddinkje waarvan we ook eerst nog stukken glas moesten afvegen.
4. Steeds vaker luchtaanvallen
Steeds vaker zag je Engelse vliegtuigen die de omgeving afzochten naar mogelijke Duitse doelen, zoals legerwagens en militaire treinen. Zo werd een Duitse legerwagen ontdekt en beschoten. De chauffeur stopte met de wagen vlak voor ons oude spoorhuis, sprong uit de wagen en dook er onder. Hij overleefde de aanval, maar was wel aan zijn oor geraakt. Achteraf goed dat wij niet meer in het spoorhuis woonden, want het hele huis was doorzeefd met kogelgaten. We hadden dan vast minder geluk gehad om er heelhuids uit te komen.

Het volgende incident deed zich voor met een trein komende vanuit Den Helder waarin ik samen met mijn moeder en zus zaten, Vlak voor de halte Koegras doken er jagers op de trein af. De trein stopte toen niet bij de halte. Pas na de brug kwam de trein tot stilstand. Alle inzittenden vlogen naar buiten en zochten dekking achter de spoordijk. Waarschijnlijk hadden de piloten opgemerkt dat het een passagierstrein was, de trein werd niet beschoten en we kwamen met de schrik vrij.

Luchtgevechten
Tijdens een hevig luchtgevecht boven de boerderij van Krouwel doken wij met z'n drieŽn onder een bed, maar of dat geholpen zou hebben, dat denk ik niet. Uit een dakgoot van een schuur die bij de kippenboet stond werden een dag later projectielen gehaald. Gelukkig hadden die geen schade aangericht.

Je kon merken dat het voor Duitsland met de oorlog slecht ging. Dagelijks zag je eskaders bommenwerpers overtrekken richting Duitsland. Soms gebeurde het wel eens dat twee vliegtuigen elkaar raakten en neerstortten. Om de Duitse radar, die in de buurt stond, te storen werden er strookjes zilverpapier uit de vliegtuigen gegooid die naar beneden dwarrelden. Ook kon je horen en zien als er een V1 werd afgeschoten richting Engeland, dat ging niet altijd goed. Soms ontplofte de vliegende bom al vroegtijdig.
Feestje van de Graaf en de Hoop met bijna vatale gevolgen maart 1945
Het zal omstreeks middernacht geweest zijn dat ik wakker schrok van mitrailleurvuur, dat was niet helemaal ongewoon, vliegtuigen werden vaker beschoten, regelmatig zag je dan dat een vliegtuig gevangen zat tussen de lichtstralen van zoeklichten die op het weiland van D.de Graaf stond. Het geratel hield al vrij gauw op en ging ik weer slapen.
De volgende dag hoorden wij van Cor wat er precies was voorgevallen. De twee families de Graaf en de Hoop, die bevriend waren, hadden een gezellige avond gehad die tot vrij laat in de avond duurde. Het was spertijd en dus mocht niemand zich meer buiten op straat begeven, evenwel moest de fam.de Hoop weer naar huiswaarts vanwege hun kinderen. Hun huis stond zich naast de grasdrogerij misschien 500 meter verder dan het Spoorbuurtje. Dirk de Graaf besloot, om samen met zijn vrouw, de fam.de Hoop naar huis te brengen. Dat moest dan wel via een sluipweg, want voor het kapotte spoorhuis aan de Rijksweg stond een wachtpost. Dus achter het spoorhuis door de tuinen naar het huis van de fam.de Hoop.
Helaas werden zij ontdekt en doordat zij niet werden herkend door de wacht, werden zij beschoten, gelukkig werden zij niet door de kogels geraakt en kwamen zij met de schrik vrij.
Wel vluchten zij ieder een andere kant op, D.Graaf met de vrouw van de Hoop naar de boerderij en de andere twee zijn gevlucht naar het huis van de Hoop.
Later hoorden wij dat Wilhelm Ebel die op wacht had gestaan blij was geweest dat hij niemand geraakt had.
Opstand van GeorgiŽrs op Texel april 1945
De GeorgiŽrs op Texel die gedwongen in Duitse dienst waren kwamen in opstand tegen hun broodheer. In allerijl werden er Duitse troepen naar Texel gestuurd via de boot, zo ook de Duitsers die om de spoorbrug gelegerd waren. Toen de opstand neergeslagen was, kwamen de Duitsers weer terug op hun post, maar niet allemaal, sommige waren gedood. Het was er ruig aan toe gegaan op Texel, Duitse soldaten die levend in handen waren gevallen van GeorgiŽr, werden opgehangen aan een boom en met een scheermes aan stukken gesneden. Dat overkwam soldaat Aarkats. Een andere soldaat, Borst, sloeg overboord en verdronk.
Voedseldroppings
Het werd steeds moeilijker om aan eten te komen in het westen. Vanuit Geallieerde vliegtuigen werd tegen het einde van de oorlog voedsel gedropt op bepaalde plaatsen in weilanden. Het voedsel werd dan onder andere via de scholen onder de leerlingen verdeeld . Het voedselpakket bevatte boter, brood, suiker worstjes in blik, cornedbeef en misschien nog meer. Helaas waren wij op een dag dat voedsel werd uitgedeeld niet op school. Kinderen van een andere familie namen het aan ons toegewezen voedselpakket mee. Toen wij eindelijk het pakket ontvingen bleek het niet meer kompleet te zijn, de boter was eruit verdwenen. Later werden wij wel door die familie gecompenseerd met een stuk spek.
Een jongetje met peach jam van gedropt voedsel
5. De capitulatie van de Duitsers mei 1945 en daarna
Eindelijk was het zover, 8 mei 1945, Duitsland had gecapituleerd en we werden bevrijd door de Canadezen die in colonnes langs het kanaal kwamen aanrijden. De bunkers waren verlaten, maar voordat de Duitsers vertrokken zag ik dat ze veel munitie en wapens vanaf het midden van de brug deponeerden in het kanaal. De oudere jongens hielden strooptochten en kwamen met eierhandgranaten terug die ze in het kanaal lieten ontploffen. Ook ik met een vriendje gingen kijken of er nog wat te halen viel. In een bunker naast het spoorhuis vonden we stapels gele blokjes. In de veronderstelling dat dit stukjes zeep waren namen we er zoveel mogelijk van mee. Thuis gekomen werden we door Cor gauw uit de droom geholpen. Het bleken geen stukjes zeep, maar trotyl, bestemd voor de ondermijning van de spoorbrug .
Wel hadden we plenty geweerkogels die wij in papier wikkelden dat we in brand staken, waarna we er snel een emmer over zetten en maakten dat we weg kwamen. De kogels ontploften en de emmer was daarna net een vergiet geworden. Ook haalden wij de kogelpunt er af en lieten het kruit er uitlopen om daarna met een spijker op het slaghoedje te slaan.

Jongens speelden met achtergebleven wapentuig zoals granaten
De bunkers waar voorheen de Duitsers inzaten, werden in bezit genomen door de Canadezen.
Het kleine groepje Duitsers dat was overgebleven trok langs de spoorbaan naar Den Helder.
De Canadezen hadden volop voedsel en lekkernijen. Vaak mochten wij kinderen mee eten.
In het weiland werden lange tafels neergezet volop met eten waarvan wij mochten smullen.
Kauwgum, chocola en nog veel meer lekkernijen die we in lange tijd niet meer geproefd hadden,
kregen we volop van de Canadezen. De school, aan de Lange Vliet die door de Duitsers als
ziekenhuis was gebruikt werd weer als school ingericht en konden de leerlingen daar hun lessen
weer vervolgen. Al met al was je toch een paar jaar achterop geraakt

In de zomer van 1945 vertrokken wij naar Den Helder om daar te gaan wonen.
Met een optocht werd in Julianadorp en Het Koegras de bevrijding uitbundig gevierd.

In de optocht, kinderen op de "Vredes Ford" van Maarten Smit, garagehouder aan de Blauwe Keet
Nawoord.
Dit is het verhaal van Willem Wulfellť over zijn belevenissen, als
4 tot 9 jarige jongen, tijdens de Tweede Wereld Oorlog 1940-1945,
toen hij woonde aan de Rijksweg bij de Koegras-Spoorbrug.
Dat zijn broer Thijs overleed bij tewerkstelling in WO II in een
Duits Werkkamp was niet algemeen bekend in Julianadorp.

Het verhaal is door P.Sieswerda geredigeerd voor de website
Julianadorp Parel van de kop.
www.julianadorp-parelvandekop.nl
email:
... julianadorp@hotmail.com
Het verhaal maakt onderdeel uit van meerdere verhalen over de Tweede Wereld Oorlog
in Julianadorp en de polder Het Koegras, die al eerder zijn verschenen op deze website.

Klik hier voor de hoofdindex van WO II in Julianadorp en Het Koegras op deze website

Deze pagina is gemaakt voor de website
Julianadorp parel van de Kop
http://www.julianadorp-parelvandekop.nl
d.d. april 2017
aangepast: 19 april 2017
copyright: Julianadorppromotie '95